Gedichtendag op Leuven.blogt

Ter ere van gedichtendag wil ik dit ietwat bombastische gedicht van Edward B. Koster met jullie delen. Het gedicht gaat over de verwoesting van de universiteitsbibliotheek bij de Brand van Leuven in de eerste Wereldoorlog. Het gedicht zelf mag dan al gedateerd zijn en oubollig aanvoelen, het illustreert treffend een zeer dramatische periode uit de geschiedenis van Leuven.

Bibliotheek te Leuven

Hier ligt het wrak van wat eens weten borg,
Der vensters droeve, blindgebluschte oogen,
Zij staren vol ontwetting om zich heen.
Hun vraagblik schijnt te zeggen: “Wie verscheen
Aan onze vroede langgewijde bogen?
Wie bracht hier brand, verwoesting, leed en zorg?

Mijn binnen herbergt niet meer wetens schat,
Zij zeggen dat de burgers roek’loos schoten,
En dat het werd gewroken duizendvoud.
Maar waarom mij gedeerd, eerwaard en oud,
Die vrede diende en wijsheid onverdroten,
Die slechts den wil tot edel geven had?”

Die jammerstem ontstijgt het droevig puin,
Maar daarnaast komt een and’re stem gestegen,
Die uit de wereld rijst die ‘t kwaad verdoemt:
“Staak uweklachten, weer wordt gij genoemd,
Weer zal uw naam luid klinken allerwegen,
Gij wordt herboren, hoog rijst weer uw kruin!”

Wie nog gedichten over Leuven kent of er zelf geschreven heeft, mag deze altijd met ons delen.

Bookmark and Share

Post een reactie