Open brief over kinderopvang van schepen Bieke Verlinden aan minister Vandeurzen

Aangezien het tekort aan kinderopvang een probleem blijft, neemt Leven in Leuven de open brief van schepen Bieke Verlinden over. Aarzel niet jullie ervaringen of mening in de commentaren met ons te delen.

Geachte minister Vandeurzen

Ik schrijf u in naam van jonge ouders. En daar hebben we er veel van in onze stad.
Een noodkreet uit Leuven.

Met grote verbijstering vernam ik onlangs uw nieuwe plan om het tekort aan kinderopvang tegen te gaan. Tegen 2016 wil u dat heel Vlaanderen aan de ‘norm van 50 procent’ voldoet: de helft van alle kinderen tussen 0 en 3 jaar moet een opvangplaats hebben. Een nobel streefdoel, dat zeker. Maar wel een dat iedere vorm van realiteitszin uit het oog verliest.
Volgt u even mee?

Leuven probeert
In Leuven proberen we al jaren het kinderopvangbeleid mee te sturen en onze verantwoordelijkheden als stad op te nemen. Zo hebben we onlangs niet alleen een nieuwe crèche gebouwd die voorzien is op uitbreiding, we hebben ook bijkomende kinderopvangplaatsen gecreëerd met eigen middelen. Door het uitblijven van uitbreidingsmogelijkheden langs u om, zijn we in deze financieel moeilijke tijden zo vrij geweest uw verantwoordelijkheid over te nemen. Resultaat: 37 extra opvangplaatsengoed voor een vijftigtal kindjes meer die opgevangen kunnen worden (niet ieder kind heeft immers een voltijdse opvangplaats nodig en door de kleine gaatjes op te vullen proberen we de plaatsen maximaal in te vullen).

Daarnaast hebben we op vraag van en samen met de sector een overkoepelend aanmeldingssysteem gecreëerd. Het vergemakkelijkt de zoektocht voor ouders en biedt een bijzondere administratieve ondersteuning voor de opvanginitiatieven. In combinatie met een statistische formule, kunnen we iedere aanvraag perfect monitoren en het kinderopvangtekort gedetailleerd in kaart brengen. We kunnen vandaag heel precies de kinderopvangbehoefte – lees nood – in onze stad meedelen. We kennen het aantal aanvragen, we weten wie onze aanvragers zijn en wat hun concrete opvangvraag inhoudt. Pionierswerk in Vlaanderen dat tevens mee de aanleiding vormde voor uw nieuwe decreetvorming: het werd de inspiratiebron voor de ‘kinderopvangzoeker’ die u binnenkortin heel Vlaanderen wil invoeren.

Het streefcijfer en de werkelijkheid
Leuven heeft volgens uw cijfers momenteel een opvanggraad van 52.6 % voor kinderen tussen 0 en 3. Dat is meer dan de helft en dus krijgen we van u goede punten. Gevolg: tot 2016 krijgt Leuven geen middelen om in extra kinderopvangplaatsen te voorzien. Logisch, toch? Mag ik u er, met de cijfers in de hand, op wijzen dat in Leuven 79 % van de kinderen tussen 0 en 3 jaar een aanvraag voor kinderopvang heeft gedaan? Dat is 29% méér dan uw streefcijfer van 50 %. Bovendien is de nood nog groter als je beseft dat vele ouders, omwille van de centrumfunctie die onze stad vervult, hun kinderen liever dichter bij het werk afzetten om stress en mobiliteitsproblemen te vermijden.

Het is vooral de grote mate van laksheid in uw houding jegens onze stad die me tegen de borst stuit. Door te opteren voor ongenuanceerd eenheidsbeleid miskent u de reële situatie in het veld en gaat u voorbij aan enkele significante variabelen. De opvangnood in Leuven is dan ook heel wat anders dan die van pakweg Oostrozebeke. Ik wil daarmee de nood in Oostrozebeke niet onder de mat vegen, maar ik vraag u wel om te kijken naar de effectieve opvangbehoefte. De tewerkstellings- en opleidingsgraad in Leuven is erg hoog, terwijl het sociale netwerk (en dus de informele kinderopvang) kleiner is dan in andere Vlaamse steden.

Los van de hoge opleidingsgraad van moeders in Leuven (een belangrijke barometer om de kinderopvangnood in te schatten), zijn we er ook in geslaagd om vele kwetsbare gezinnen te bereiken en hen te betrekken om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. En toch. Toch worden we elke dag geconfronteerd met schrijnende verhalen van ouders die hun werk dreigen te verliezen of ouders die geen werk kunnen zoeken.

Steden vragen extra inspanningen
En nu moeten we via de media vernemen dat u Leuven laat voor wat het is? Omdat we volgens uw cijfers een goede leerling zijn? Zonder dat u stilstaat bij de feitelijke discrepantie tussen vraag en aanbod? Als u niet dringend naar de werkelijke behoefte gaat kijken, vrees ik dat er onterecht en overgeïnvesteerd zal worden in bepaalde gemeenten, terwijl andere behoeftige steden systematisch in de kou zullen blijven staan.

Met vriendelijke groeten

Bieke Verlinden
Schepen van sociale zaken
werk en studentenzaken
Leuven

Bookmark and Share

Post een reactie