Man spricht heut nur noch von Clivia // 13 december 2014

Nu de temperaturen al eens onder nul durven zakken en de eerste sneeuw in de Hoge Venen een feit is probeert men op alle mogelijke manieren warm te blijven. Ondanks de aanlokkelijke bekers glühwein op de Leuvense kerstmarkt besloot ik de warmte te gaan opzoeken in de 30CC/Schouwburg tijdens de operette Clivia.

Door andere verplichtingen was ik genoodzaakt om de namiddagvoorstelling te bezoeken. Mijn eerdere ervaring met voorstellingen in de namiddag heeft me geleerd dat de acteurs dan meestal voor een handvol mensen spelen en ik was dus voorbereid op een quasi lege zaal. Mijn verbazing was echter groot toen ik een stampvolle Leuvense schouwburg binnenwandelde. Met twee cactussen aan elke kant van het podium werd de setting al duidelijk nog voor het doek openging en eens dat gebeurde waanden de aanwezigen zich onmiddellijk in de (fictieve) Zuid-Amerikaanse staat Boliguay, waar Dostals werk zich afspeelt. Een pluim voor de artistieke leiding van Axel Everaert. Ik had duidelijk de juiste keuze gemaakt om warm te blijven.

Zoals het een operette betaamt begon ze met een overweldigende ensemblezang. Hier werd al meteen duidelijk dat de Zuid-Amerikaanse setting niet tot enkel het decor beperkt zou blijven. In Dostals muziek zorgden castagnetten voor een typische zuiderse toets en de veel gebruikte tangoritmes maakten het enorm moeilijk om tijdens de operette de benen stil te houden. In deze eerste scene werd meteen de draak gestoken met de Hollywoodcultuur van de jaren ’30. Na het ensemble stelden componist Dostal en Librettist Amberg ons de verschillende personages voor. De bezitterige magnaat Potterton, de eenzame gaucho Juan en uiteraard steractrice Clivia Gray. Stuk voor stuk waren ze grappiger dan hun tegenhangers op het witte doek in Kinepolis enkele honderden meters verderop.

Dankzij hun degelijke acteerprestaties en geweldige gezangen wist het Brussels operette theater mij in de eerste akte enorm te overtuigen. De acteurs gaven met glans karakter aan hun personages zonder daarbij over the top te gaan acteren. Zeker Emils Kivlenieks wist mij in zijn rol als Lelio Down enorm te entertainen en ook Niels Badenhop werkte zich als Kasulke moeiteloos op tot publiekslieveling. Tijdens de pauze keek ik dan ook vol verwachting uit naar de volgende twee aktes.

Na de pauze was de sfeer van de operette drastisch omgeslagen. De filmcrew, die ondertussen Boliguay binnen geraakt was, begaf zich onder de BCBG van de Bolugayse bevolking. De muziek werd serieuzer en bereikte een hoogtepunt tijdens de aria van Clivia. An de Ridder vertolkte het beklijvende Ich bin Verliebt meesterlijk en zorgde mede dankzij deze aria voor een enorm emotionele derde akt. De amoureuze verhouding tussen de steractrice en de Boliguayse president kreeg zo dat extra tikkeltje geloofwaardigheid. Toch draaiden de laatste twee aktes niet enkel om de liefdesperikelen van de hoofpersonages. Op een meesterlijke wijze heeft Dostal de emotionele stukken afgewisseld met meer humoristische gezangen zoals Schon die alten Chinesen. De acteurs slaagden er keer op keer in om ondanks de emotionele geladenheid van de tweede en de derde akte, toch het humoristische aspect niet uit het oog te verliezen.

Uiteraard waren er ook enkele puntjes van kritiek. Zo overstemde het orkest sommige zangers en stond er een stevige portie haar op het Duits van sommige van de acteurs. Deze minpunten wegen echter niet op tegen alle vooraf aangehaalde positieve punten. Het Brussels operettetheater zorgde voor een zeer aangename uitvoering. Ze verdienen dan ook zonder twijfel deze “Fabelhaften Reportage”.

Door Jasper Croonen.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Bookmark and Share

Post een reactie