Archief voor 2 februari 2015

De wulpse klaagzang van ‘Sirene’

Toneelhuis/Bart Meuleman: ‘Sirene’ – Theater – 22.01.2015, 20.30u, STUK

Wat een mens precies moest denken bij het buitenkomen na deze voorstelling, was op het eerste gezicht nogal moeilijk uit te maken. Het stuk ging moeizaam vooruit, er gebeurde niet veel en dat hoofdpersonage was toch maar ‘een rare’. Maar wie deze bevreemdende monoloog een kans geeft om even te bezinken, realiseert zich getuige geweest te zijn van een sober maar klassevol staaltje muziek- en teksttheater. Met oren vol was weerstaat u allicht wel aan de lokroep van ‘Sirene’, maar eens u uw weerstand heeft laten varen, is het een plezier haar wulpse klaagzang te aanhoren.

De kracht van deze voorstelling was ongetwijfeld haar eenvoud. In een donker hoekje op de scène zit percussionist Mattijs Vanderleen haast geniepig geluiden te maken; ritselende blaadjes, voetstappen, donderslagen… terwijl Fien Maris op enkele goud-reflecterende platen haar podium vindt en het publiek een goed uur in de ban weet te houden. De hele scène ademde een sfeer van zwoele, duistere geheimen; alsof het publiek de vierde wand was van een onwerkelijke kamer in een onwerkelijke wereld. Het is duidelijk dat Mark Van Denesse, verantwoordelijk voor licht- en decorontwerp, goed begreep wat regisseur Bart Meuleman met deze monoloog trachtte te verbeelden: vervreemding, fantasie, eenzaamheid en een soort erotische tristesse. Hoe kan het ook anders, als het naamloze hoofdpersonage een atypische prostituee is die ons haar verhaal over een (imaginaire?) ontmoeting met een naamloze klant in horten en stoten meedeelt, afgewisseld met eindeloze stiltes, bevreemdende geluiden en huilende gezangen?

Een woordje moet nog gezegd over Fien Maris, Sirene van dienst. Haar acteerprestatie hield het midden tussen steengoed en barslecht, wat een onmogelijke combinatie lijkt maar in het geval van ‘Sirene’ klaarblijkelijk mogelijk is. Het personage dat ze neerzette, was dat van een getroebleerde, eenzame, vertwijfelde en in eigen gedachten verdwaalde hoer; geen evidente rol, en dat leek zich te uiten in het bij wijlen overtuigende maar andere keren geforceerde acteerwerk van Maris. Met bravure wist ze verleidelijk en ingetogen tegelijk met de plooien in haar strategisch uitgesneden kleed te spelen, maar al te vaak leken haar bewegingen een ingestudeerde choreografie, of werd Meulemans (toch wel sublieme) tekst al te houterig of onnatuurlijk voorgedragen. Dit alles maakte het personage nog onwerkelijker en onbevattelijker, wat wie weet Meulemans bedoeling was, maar toch vooral zorgde voor een soort onbestemde irritatie.

sirene_ck._van_der_elst2

“Redden of gered worden, daartussen is toch bijna geen verschil?” zegt onze Sirene naar het einde van het stuk toe. De redder en de hulpeloze redden elkaar, de een door een held voor de ander te zijn, de ander door die rol aan hem te schenken. Maris zegt het twijfelend, vragend bijna, en de daarop volgende stilte geeft ons ruimte om de woorden ook werkelijk betekenis te geven. ‘Sirene’ staat bol van dergelijke poëtische pareltjes, en haar langgerekte klaagzang geeft je alle tijd er behoedzaam kopje onder in te gaan.

Artikel door Evelyne Janssens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Bookmark and Share