Leuvens dialect voor allen, ook voor niet-Leuvenaars (Les 23)

Acht zinnen in het Nederlands, daarna vertaald in het Leuvens dialect
Acht zinnen in ‘t Schue Vloms, ternoo vertoild in ‘t Leives dialekt

MOP over EEN OUDERE DAME EN HAAR HOED, OP EEN CRUISESCHIP

1. Een oudere dame staat aan de reling van een cruiseschip, terwijl ze met
beide handen haar hoed vasthoudt, zodat die niet kan wegwaaien door de hevige wind.
2. Een deftige heer komt daar voorbij en zegt, een klein beetje verbouwereerd:
3. “Excuseer mij, mevrouw, ik wil niet vrijpostig zijn, maar beseft u wel dat uw kleed fel opwaait door de wind?”
4. “Jazeker, dat weet ik”, zegt de dame, “maar ik heb beide handen nodig om mijn hoed op zijn plaats te houden, of ik ben hem kwijt!”
5. De sukkelaar weet niet meer waar hij het heeft, maar toch durft hij het om aan te dringen:
6.”Maar mevrouw, u weet toch dat u geen onderbroek draagt en dat uw onderlichaam is blootgesteld aan de onbescheiden blikken van jan en alleman?”
7. De mevrouw kijkt zelf eens naar onder, dan naar de heer en ze repliceert:
8. “Mijnheer, alles wat daaronder te zien is, is 85 jaar oud… “Maar,” zegt ze: “Mijn hoed, mijnheer, die is splinternieuw!!!”

MOP ouver EEN AAVER MADAM EN EIREN EUD, UP NE KROESBUËT

1. Een madam up joore stoot on de balustraad van ne kroesbuet, terwoëlest da ze mei eir twieë anne eiren eud vastoud, zuedat em ni zaa kinnen ewegwooë van den eivege wind.
2. Nen dèftege menieër komt doo verboë en zieëd, e klaa bekke verbabereid:
3. “Ekskuzei me, madam, ik wil ni frank zoën, moo besefte goë wel dat eu klieëd noëg emueg woid dei de wind?”
4. “Da’s zeikes, da weit ek, menieër”, zieët doë madam, moo ik em men twieë anne nuedeg vei menen eud up z’n pleuts t’ aave, of ik zèn em kwoët!”
5. De soekelieër wet ne mieë woo dat em et ieët, moo toch têt em et van on te dringe:
6. “Moo madam, ge wet toch da ge gieë kalsonneke droogt, en dat euven benê es bluetgesteld on ‘t aameloëke blikke van jan en alleman?”
7. De madam kikt zelf es noo benê, dan noo doëne menieër, en ze replikeit:
8. “Menieër, alles wat da doo vanonder te zien es, dat es 85 joor oud! “Moo,” zieë ze, ” menen eud, menieër, doënen es spiksplinternief!!!”

Bookmark and Share

Post een reactie