Leuvens dialect voor allen, ook voor niet-Leuvenaars (Les 30)

(Eerst tien zinnen in het Nederlands, daarna de vertaling in het Leuvens dialect)

Leuvens dialect: na luisteren komt lezen… en begrijpen!

1. In de lessen 20 en 21 hadden wij het over het luisteren naar mensen die Leuvens praten. Deze keer hebben we het over het lezen.
2. Eigenlijk is dat het gemakkelijke van het hele leerproces, ook al zijn er nogal wat mensen die zeggen dat ze dat moeilijk vinden.
3. Wat moet je onthouden als gouden regels?
4. Eigenlijk moet je niets onthouden, want -en dat is zeer eenvoudig- bij het lezen moet je alle letters uitspreken zoals ze er staan. Niet interpreteren!
5. Je hoeft geen uitzonderingen van buiten te leren, zoals je dat in het Nederlands hebt moeten doen.
6. Hardop lezen! Zodat je jezelf hoort, en je oor vertrouwd raakt met de Leuvense klanken en medeklinkers.
7. Klinkers, twee- en drie-klanken: er zijn er een dertigtal, zoals in het Nederlands, maar met dit verschil: in het Leuvens spreek je alles uit wat er geschreven staat, want er staat nooit een letter teveel! Wees gerust, wij voorzien daarvoor een aparte les.
8. Medeklinkers? Daarvoor is Leuvens een droom van een taal!
Als je ze niet gebruikt, schrijf je ze niet. Zo kan / moet je ze dan ook niet lezen…
9. Er bestaan geen medeklinkers die je anders leest dan dat je ze schrijft (wat in het Nederlands wel het geval is!). Denk bijvoorbeeld aan het woord “concert”. De eerste letter c wordt uitgesproken als k, de tweede als s. In het Leuvens is dat zeer eenvoudig: “konsêr”.
10. Ben je nieuwsgierig om daar meer over te weten? Goed zo! In de volgende les gaan we daar verder in detail op in.

(En dan naa de vertooling noo ‘t Leives)

Leives dialekt: noo loistere komt leize… en begroëpe!

1.In de lesse 20 en 21 aane m’et ouver et loistere noo minse die Leives klappe. Deize kieë emme m’ et ouver et leize.
2. Oëgentloëk es dat et gemakkeloëkste van ieël et lieërproses, uek al zen d’er nogal wa minse die zê da ze da moeiloëk vinge.
3. Wa moete goë ontaave as gaave reigels?
4. Oëgentloëk moete niks ontaave, want -en dat es ieël simpel- boë et leize moete alle letters oeëtspreike gelak as da z’er ston. Nit interpreteire!
5. Ge moet gieën oeëtzonderinge van boeëte lieëre, gelak as da ge dat in ‘t Schue Vloms et moete deun.
6. Etup leize! Zueda ge eu oëgen uet, en eu uer vertroud grokt mei de Leivese klanken en meideklinkers.
7. Klinkers, twieë- en droë-klanke: doo zen er e stik of dètteg, gelak as in ‘t Schue Vloms, moo mei deis versjil: in ‘t Leives sprekte alles oeët wat er geschreive stoot, want doo stoo noent een letter teveil! Zè gerist, me verzien doovei een apoote les.
8. Meideklinkers? Doovei es Leives nen druem van een tool!
As ge ze ni gebreukt, schrefde ze ni. Zue kinde / moete ze dan uek ni leize…
9. Doo beston gieën meideklinkers die ge anders leist dan de ge ze schrèft (wat dat in ‘t Schue Vloms wèl et geval es!). Paast par eksempel on et woud “concert”. De ieëste letter c wed oeëtgesprouke gelak as een k, de twidde gelak as een s. In et Leives es dat ieël simpel: “konsêr”.
10. Zedde korjeis vei doo mieër ouver te weite? Da’s geud, datte! In de volgende les gon me doo vèdder in detail up in.

Bookmark and Share

Post een reactie