Murder ballad: liefde gaat steeds fout in het refrein

Van New York tot Brussel gaat liefde steeds fout in het refrein, en iedereen kan de dader zijn: Dat is het uitgangspunt van de rockmusical ‘Murder Ballad’, de nieuwe productie van ProMITHEus, het gezelschap dat vorig jaar zijn debuut maakte met de musical ‘Thrill me’. De tekst van Julia Jordan en songs van Juliana Nash worden voor deze voorstelling in het Nederlands vertaald door regisseur Kristel Lamerichs en Pieter-Jan Martens.

We bevinden ons in een ietwat gure club in het midden van de stad. Sara en Tom zijn smoorverliefd, maar blijken toch niet gemaakt voor elkaar. Hij wordt eigenaar van de club en zij komt Michael tegen, doctor in de poëzie. Hij vindt een leuke flirt in een zangeres en barmeisje, zij trouwt en krijgt een dochter. Maar de verveling slaat toe en Sara gaat Tom weer opzoeken, het begin van een vierhoeksverhouding die zich vroeg of laat wel moet wreken.

Wanneer het publiek de zaal betreedt, is het nachtleven al op gang: vier personages dansen er lustig op los rond een toog vol flessen drank, vier anderen kijken vanop hun barkruk aan de zijkant toe. De vijfkoppige band speelt, toepasselijk, een drinklied. De lichten doven en een dame in een net iets te diep uitgesneden rode jurk en een An-Lemmensachtig kapsel zet de eerste noot in.

pieter1
© Musicalvibes

Hoewel de sfeer er in de club al helemaal in zat, is die eerste noot toch niet helemaal overtuigend: Ariane Van Hasselt zingt in het eerste lied regelmatig net wat naast de toon en klinkt wat te schel in een poging om het rockgehalte op te drijven. Van Hasselt is hierin echter niet alleen: ook Wendy Briggeman mist af en toe een noot en in de meerstemmigheid is de balans tussen de vier stemmen nog niet helemaal ideaal. De zang is bij alle acteurs bovendien bij momenten wel heel schreeuwerig, wat  niet lijkt te passen in de kleine zaal die het Wagehuys is. Bovendien zijn de acteurs soms meer tekst op noten in een ritme aan het zingen in plaats van een verhaal te vertellen. Wellicht heeft dit ook te maken met de tekst, die niet overal even vlot in de oren klinkt.

Het decor, bestaande uit een toog met koeienvacht over, wat vaten die dienst doen als tafels, een verhoog met de band erop en een hele hoop stoelen, geeft meteen het gevoel van een wat groezelige club. Ook de achterwand, aan elkaar gehangen plastieken golfplaten, draagt hier aan bij. Dat kan niet gezegd worden van de vier figuranten die alles van op hun barkrukken aan de rand van het podium meevolgen. Ze moeten het cliënteel van de bar voorstellen, maar hadden er evengoed niet kunnen zitten: hun mimiek noch houding dragen bij aan wat er verteld wordt, al helemaal niet omdat ook de acteurs op podium blijven wanneer ze niet in het verhaal voorkomen. Ze worden cliënteel van de bar en becommentariëren soms zelfs het verhaal.

De acteurs lijken nog wat tijd nodig te hebben om in hun rol te komen, en worden, voornamelijk zangtechnisch, beter naarmate de voorstelling vordert. Eens ze op gang zijn, overtuigen ze echter wel: Wendy Briggeman zet een hele genuanceerd Sara neer, die heen en weer schommelt tussen de verleiding van de drank en de daarbij horende barman, en de vertwijfeling over haar echtgenoot, van wie ze wel houdt, maar waarbij ze zich ook verveelt. Ze straalt levenslust uit wanneer ze op het podium komt, maar kan ook de wanhoop van het personage weergeven in de meer breekbare nummers. De chemie met Pieter Verelst, in de rol van engiszins gestoorde barman en muzikant Tom, is te voelen. Die laatste maakt overigens indruk met zijn interpretatie: Hij laat het hele spectrum aan emoties voorbij komen, en slaagt erin om ook in zijn zang af te wisselen tussen een warm geluid en een stem die en rauw en rasperig klinkt. Vooral wanneer hij in zijn wanhoop alle muziek stillegt als Sara voor de tweede keer vertrekt, vult hij met zijn radeloosheid de hele zaal. Met een woeste blik beent hij als een gekooid dier over de scène in een stilte die des te beklemmender aanvoelt doordat dit het enige moment in een doorgecomponeerde voorstelling is waar geen muziek te horen valt. David Cantens, die bedrogen echtgenoot Michael speelt, laat een timide, maar betrouwbare man zien. Wanneer dan alle remmen losslaan bij Michael, verrast Cantens door de woestheid die plots naar boven komt. Ariane van Hasselt is op vlak van zang de minst overtuigende van de vier. Ze verraste dan ook met het sterke eindnummer. Haar stil spel verdient wel lof: hoewel ze het verhaal als dame in de rode jurk vertelt, heeft ze allesbehalve de grootste rol, toch is ze de hele tijd aanwezig. Nu eens slaat ze de zoveelste Wodka achterover, dan zit ze weer bij een van de andere personages die even niet aan bod komen of biedt ze hen nog een drankje aan. Ze valt geen moment uit de rol en zorgt voor achtergrondspel dat de illusie van een verhaal verteld in een bar versterkt.

pieter2

Ook op andere momenten wordt de toeschouwer eraan herinnerd dat dit geen verhaal is dat zich nu ontvouwt, maar dat het aan ons verteld wordt vanuit een bar: twee keer neemt een van de personages de microfoon en vraagt of hij of zij even een liedje mag komen brengen dat net voorbereid is. Hoewel dit, zeker de eerste keer, wanneer Tom een liedje over zijn verloren Sara brengt, wat bevreemdend is, dragen beide liedjes wel bij aan de ontwikkeling van het plot, evenals de ietwat schimmige projecties op de achterwand, waarop niet altijd duidelijk is wat er nu eigenlijk te zien is, maar die wel aansluiten bij de benevelde toestand van de personages: niet alles is meer helemaal duidelijk, het is een waas uit het verleden.

Uitbundige en intieme, emotionele nummers wisselen elkaar af en houden het geheel in balans. Het plot is verrassend, hoewel het minutieus aangekondigd wordt voor wie het wil zien. Het whodunit-gehalte verhoogt, hoewel de moord, in tegenstelling bij whodunit, niet het beginpunt is, maar het einde van een verhaal met veel emoties en vertwijfeling. De thema’s van overspel, jaloezie en afwijzing zijn universeel, maar in een nieuw, verfrissend jasje gestoken.

Murder Ballad is rauw, zowel in het verhaal als in de enscenering: nog niet helemaal af, maar met veel energie en een verhaal dat je samen met de sterke personages meesleurt tot op het einde. Het is geen doorsnee musical van dertien in een dozijn, maar bevestigt de reputatie die ProMITHEus met ‘thrill me’ verworven heeft. De voorstelling heeft de belofte van een sterke musical in zich (maar beloof niets, want ik weet waarheen beloftes me leiden…).

980741_504563493065084_5180671112726367406_o

Murder ballad is nog te zien op 20 juni in Leuven, maar wie wil, kan de productie ook zien in andere theaters in Vlaanderen.

Wat? Murder Ballad// Wie? ProMITHEus// Waar? 30CC (Wagehuys) // 9 en 10 maart en 20 juni, om 20.00u // prijs? €18,00 (maar 50% korting met last-minute deals van 30CC)
Tickets en info: 30CC en ProMITHEus.

Door Rinke Rens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Bookmark and Share

Post een reactie