LEUVENS DIALECT VOOR ALLEN, OOK VOOR NIET-LEUVENAARS (Les 34)

NEDERLANDS

Alle dagen een beetje turnen: doe je mee?

1. Trek je trainingspak aan en ga op een plaats staan met een vlakke, stabiele ondergrond en genoeg ruimte rondom jou.
2. Neem in iedere hand een aardappelzak van 2,5 kg, strek je armen volledig zijwaarts uit, en hou die beide zakken omhoog op schouderhoogte.
3. Probeer dit één minuut vol te houden. Dan mag je je armen laten zakken en wat ontspannen.
4. Je doet dat dagelijks. Je zal ondervinden dat je deze houding iedere dag een beetje langer en beter kan volhouden.
5. Van zodra dat je dat vijf minuten kunt, neem je aardappelzakken van vijf kilogram. Je doet juist hetzelfde als tevoren, iedere dag opnieuw!
6. Na een paar weken neem je zakken van 25 kg in je handen.
7. Uiteindelijk ga je over naar zakken van 50 kg die je, juist zoals de vorige zakken, met de armen zijwaarts gestrekt, geduldig omhoog moet houden. Eerst één minuut, daarna twee, dan drie, enzovoort. 8. Je zal tevreden zijn dat je dat gekund hebt en je zal graag aan de volgende oefeningen beginnen. Want het is nog niet gedaan!
9. Je moreel en je zelfvertrouwen moeten nu sterk genoeg zijn om verder te doen en de oefeningen nog moeilijker te maken.
10. Ben je er klaar voor? Daar gaan we:
Steek nu één aardappel in elk van de twee zakken…

LEIVES

Alle dooge e bekke zjummenas: deude mei?

1. Trekt eu zjummenaskostum on en good up een pleuts ston mei nen èffen en stoobelen ondergrond en genug spoose rond aa.
2. Nemt in ieder and ne petaatezak van twieë kilou en alf, stekt eu êrmen ieëlemool upzoë oeët, en out doë zakken alletwieë emueg up d’uegte van eu schaavers.
3. Probei dat ieëne meniet vol ‘t aave. Dan meid eu êrme loote zakken en ewa riste.
4. Ge deut da doogeloëks. Ge zelt ondervinge da ge deis poziese iederen dag e bekke langer en biëter kint volaave.
5. Van zue gaa da ge da voëf meniete kint, nemde petaatezakke van voëf kilou. Ge deu zjust etzelfste as teveirest, iederen dag upnief!
6. Noo e poor wieëke nemde zakke van voëfentwinteg kilou in eu anne.
7. Oeëtendeloëk goode ouver noo zakke van fafteg kilou die ge, zjust gelak as de veirege zakke, mei eu êrme upzoë gestouke, posjènteg emueg moet aave. Ieëst iëne meniet, ternoo twieë, dan droë, enzuevoets.
8. Ge zelt kontent zoën da ge da gekinnen èt, en ge zelt jeire on de volgende eufeninge beginne. Want et es nog ni gedon!
9. Euve moral en et vertraave in eu oëge moete naa stêrk genug zoën vei voets te deun en d’ eufeninge nog moeieloëker te mooke!
10. Zed’ er grieëd vei? Doo gon me:
Stek naa ieën petaat in elk van doë twieë zakke…

Bookmark and Share

Post een reactie