Archief per auteur

Pinguïns op het Martelarenplein

Sommige mensen hebben het geluk dat ze de hele dag het Martelarenplein kunnen overschouwen. Met name wanneer sneeuw en vrieskou de vlakte van blauwe steen hebben omgetoverd tot een ijsbaan voor pendelaars, biedt het plein een aardig stadsdecor voor entertainment waar ettelijke afleveringen van wijlen videodinges gevuld mee kunnen worden.

Je kan zo het dilemma op het gezicht van de pendelaars aflezen: “de snelle tred van gewoonlijk om zeker te zijn dat ik de trein haal of voorzichtig geschuifel om mijn broze botten te sparen?” De meerderheid kiest wijselijk voor de veilige optie: een eerder onelegante pinguïnpas. Zij die ietwat overmoedig toch voor snelheid gaan, zijn al snel onherroepelijk met hun armen aan het klapwieken om het evenwicht te bewaren. Soms met succes, soms met een pijnlijk ledemaat tot gevolg. Een ondeugend lachje van onder de muts naar de dichtstbijzijnde pinguïn en de uitschuiver is alweer vergeten. Gek toch hoe een vervaarlijk laagje ijzel het ijs kan breken tussen anders elkaar de pas afsnijdende reizigers.

Inmiddels ligt het Martelarenplein er weer helemaal blauw en grauw bij. Iedereen kan weer op z’n normale gang hossen naar de sporen. Voorhoofd in een grote frons alsof wat rimpels je gaan beschermen tegen de spatten regen. Kop in kas en een neerwaartse blik. Verscholen onder een te grote paraplu.

Zo zonder ijs is het Martelarenplein weer gedegradeerd tot plein. Een vluchtige, veilige oversteekplaats. En dus heb ik op een druilerige voorjaarsdag als deze reeds heimwee naar de winterse dagen in Leuven.

Bookmark and Share

Studentenschwung

Nu ik zelf student af ben, valt het pas op wat een overrompeling de start van het academiejaar met zich meebrengt. Nu de verse lading studenten haar uitbundige intrede heeft gemaakt, valt het op hoe vredig Leuven er in de zomermaanden bijligt.

Vredig en charmant, jazeker maar het zijn toch onze leergierige gasten voor de komende tien maanden die er de schwung inbrengen. Met de glimlach wijs ik schuchtere schachten de weg naar ACCO. Geen klachten als ik weldra moet zigzaggen tussen verkleumde nachtraven die in volle ontdekking al teveel goedkope pintjes op hun zuipkaart verzameld hebben. Graag deel ik ‘s zomers het stadspark met zwoegende jongelui die hun beklemmende kot en cursussen ontvluchten. Het wordt er alleen maar knusser op met zo’n 40.000 inwoners extra.

Zo is al gebleken tijdens de inmiddels alreeds historische StudentenWelkom. Terwijl ik me donderdag fietsend bedacht dat handschoenen geen overbodige luxe zouden zijn zo vroeg in het najaar en ook wel zo laat op de avond, stuitte ik plots op een propvolle Parijsstraat. Wiggelend balanceren op de fiets was geen optie meer dus moest ik me – met tweewieler aan de hand – een weg banen tussen de kleffe en niet onzatte massa. Pas wanneer ik terug werd overgeleverd aan de venijnige herfstkou in de Schapenstraat, daagde het dat ik het er best warm had van gekregen. Tot helemaal vanbinnen.

Je zou ze toch zo allemaal een welkomsknuffel willen geven, de studenten. Die taak wil ik echter gerust afstaan aan onze burgervader…

Bookmark and Share