Posts getagd met ‘Bieke Verlinden’

“GEEF ONS UW AANDACHT, LAAT ONS NIET STIKKEN!”

Het Universitair ziekenhuis UZ Leuven steunt de Idiopathic Pulmonary Fibrosis World Week met zijn sensibiliseringscampagne samen met de patiëntenvereniging Belgische Vereniging voor Longfibrose vzw’.
“GEEF ONS UW AANDACHT, LAAT ONS NIET STIKKEN!”

Longfibrose is een dodelijke zeldzame ziekte, het is van levensbelang dat deze ziekte in de kijker wordt gezet. Een vroegtijdige detectie van de ziekte beïnvloedt het lot van deze mensen danig.

Op vrijdag 9 oktober 2015 tussen  9u30 en 13u30 op de Grote Markt van Leuven kan u de stand van het UZ Leuven bezoeken. Ook burgemeester Tobback, Bieke Verlinden, Hans Bourlon en de muziekgroep 3Rouges komen de actie ondersteunen.

Het doel van deze actie is om het grote publiek te sensibiliseren over Longfibrose. “Longfibrose is een invaliderende en dodelijke longziekte met een gemiddelde overleving van 2-3 jaar na diagnose. Wij hebben de steun van de media en de politieke wereld nodig om deze ziekte beter te leren kennen” verklaart  André Maene, voorzitter van Belgische Vereniging voor Longfibrose vzw

Burgemeester Tobback en Bieke Verlinden, schepen van sociale zaken, werk en studentenzaken van Leuven zullen de actie rond 11.30 uur ondersteunen. Zij zullen de rode loper trotseren en aan den lijve ondervinden hoe het voelt om moeilijker te kunnen ademen.

Hans Bourlon, CEO van studio 100, wil wel eens weten hoeveel zuurstof hij in zijn bloed heeft en hoeveel lucht er in zijn longen zit.

3Rouges, een trio van 3 roodharige, straffe zangeressen met internationale ambities,  ondersteunt met veel plezier de actie rond longfibrose  door een adembenemend concertje te brengen met straffe songs. U zal adem te kort komen …

We hopen dat onze aanwezigheid op de Grote Markt van Leuven  op  9 oktober bijdraagt aan een betere kennis van deze  ziekte” zegt Katleen Leceuvre, verpleegkundig consulent interstitieel longlijden bij UZ Leuven.

Bookmark and Share

Vicerector Rik Gosselink en schepen Bieke Verlinden gingen uit in Leuven

Afgelopen nacht liepen vicerector studentenbeleid Rik Gosselink en schepen van studentenzaken Bieke Verlinden mee met de overlastpatrouille van de politie. Zo konden ze met eigen ogen vaststellen hoe de politie een levendige studentennacht in de hand houdt.

Tijdens de nacht vullen een overlastteam, een interventieteam, een verkeersteam en een bureauteam elkaar nauw aan en spelen kort op de bal. Een sterke preventieve en ontradende aanpak wordt, naarmate de nacht vordert en het alcoholverbruik toeneemt, bijgestuurd naar een accuraat en meer sanctionerend optreden.

Voor Rik Gosselink en Bieke Verlinden startte de nacht met een briefing en een rondleiding op het politiekantoor. Na de instructies, volgden enkele journalisten gedurende een uur de patrouille. Daarna gingen de schepen en de vicerector nog tot 6.00 uur in de ochtend mee op pad om het nachtleven door de bril van de politie te aanschouwen.

Fakbarcharter
Opvallend was dat op de plaatsen waar het fakbarcharter goed werd nageleefd de overlast beperkt bleef. Toch konden de schepen en vicerector vaststellen dat de afspraken niet overal worden nageleefd. Te weinig stewards of stewards die zelf met alcohol aan de deur staan, worden bijvoorbeeld niet ernstig genomen. Overleg en bijkomende sturing dringen zich op deze plaatsen op.

Overlast
De politie moest meermaals ingrijpen: een kotfeestje werd stilgelegd, op enkele pleintjes werd overlast vastgesteld na klachten van buren, een chauffeur pleegde vluchtmisdrijf en werd daarna klemgereden door de politie en de patrouille werd gealarmeerd over enkele gauwdiefstallen.

Kantelpunt
Overlastteams werken vooral preventief. Maar na 3.00 uur ‘s nachts is er een kantelpunt en heeft puur preventief werken geen zin meer. Dan schakelden de teams over op een meer sanctionerende aanpak en schreven ze onder andere pv’s voor wildplassen uit.

Lessen voor de toekomst
Om 6.00 uur eindigt de lange, levendige nacht. De vicerector en de schepen maken de balans op. Ze uiten hun bewondering voor de politieteams die de hele nacht af- en aanrijden en met veel kalmte discussies aangaan. De teams zijn ook erg goed op elkaar ingespeeld. Het bureauteam krijgt camerabeelden binnen van over de hele stad. Op basis daarvan kunnen zij de teams ter plaatse (overlastteam, interventieteam en verkeersdienst) efficiënt aansturen. De vicerector en schepen uiten ook hun waardering voor de fakbars die met een goede stewardwerking een voorbeeld zijn voor hun collega’s met overlastproblemen.

Nick de studenteninspecteur wordt door heel veel studenten herkend en op handen gedragen. Dat toont aan dat het doelgroepenbeleid echt wel werkt.

Schepen Verlinden en vicerector Gosselink nemen enkele aandachtspunten mee naar huis, maar stellen vooral vast dat het huidige beleid goed werkt. De KU Leuven, de stad Leuven en politie Leuven zullen de handen in elkaar blijven slaan om te werken aan een studentvriendelijke en leefbare stad.

Bookmark and Share

Nieuwe open brief over Vlaamse kinderopvang van schepen Bieke Verlinden

Op 22 september publiceerde Leven in Leuven de open brief van schepen Bieke Verlinden over de problematiek van het tekort aan kinderopvang. Vandaag ontvingen wij een nieuwe brief gericht aan minister Vandeurzen. Hieronder nemen wij integraal de brief open. Graag horen we jullie reacties en bedenkingen.

Armoe troef in de Vlaamse kinderopvang
Hoe een falend beleid de armoedekloof in stand houdt

Geachte minister Vandeurzen,

Een drietal weken geleden schreef ik u een open brief in het kader van uw plannen om het probleem van kinderopvang aan te pakken. Omdat daaruit blijkt dat provinciehoofdstad Leuven geen extra hulp van u moet verwachten, trok ik aan de alarmbel. Tot op heden is die noodkreet onbeantwoord gebleven. De situatie in onze stad is ondertussen wel veranderd. Daarom geef ik u, in de hoop op een dialoog, een update.

Kan er nog een schepje bij?
Vrijdag 18 oktober sloot een kinderopvanginitiatief in de naburige gemeente Herent de deuren. Vandaag hebben 75 kinderen plots geen opvangplaats meer. Van een kater gesproken.

De theorie? Private kinderdagverblijven gaan failliet als ze niet rendabel zijn. In dergelijke gevallen zijn het de aanpalende kinderopvanginitiatieven die tijdelijk in extra opvang mogen voorzien. Kind en Gezin versoepelt dan enkele regels – tijdelijk meer kinderen toelaten per kinderbegeleider – om de noodsituatie het hoofd te bieden en alles is opgelost.

De praktijk? De uiterst complexe situatie in het Leuvense wordt steeds penibeler. Niet alleen de cijfers en statistieken, maar verhalen van vlees en bloed, van ongeruste mensen wiens situatie onzeker is, tonen dit aan.  Mensen die je geen directe oplossing kan aanreiken, die het niet begrijpen en er niet meer in geloven. Mensen die het soms niet meer zien zitten.

En u? Hoopt u ook dat de personeelsleden van de failliete crèche snel weer aan het werk kunnen? Vreest u ook dat er door de zware vereisten een toenemende terughoudendheid ontstaat vanuit de privé om in kinderopvang te voorzien? Denkt u aan de kinderen die van de ene op de andere dag de vertrouwde omgeving moeten verlaten waarin ze alle dagen vertoeven? Staat u stil bij de groeiende hoeveelheid gezinnen die in een moeilijke situatie terechtkomt? Legt u de mensen die in Leuven op de noodwachtlijst staan uit dat zij moeten blijven wachten en er 75 andere kinderen plots toch voorrang krijgen?

Het spreekt voor zich dat u zich dit soort pijnlijke situaties aantrekt. U bent niet alleen een gedreven en geëngageerd man, het is ook uw job om dat ter harte te nemen. De vraag is alleen: wil u er ook echt iets aan doen of blijft u vasthouden aan uw plannen voor een allesbehalve doeltreffend eenheidsbeleid? Leuven is Oostrozebeke niet, weet u nog? De Leuvense context heeft nood aan een beleid en aanbod op maat van de stad.

Armoedebestrijding begint bij kinderopvang
De laatste weken worden we bij stad Leuven overspoeld met berichten over vele private ondernemers bij wie het water aan de lippen staat. Ze hebben het moeilijk om de – terecht – hoge kwaliteitseisen te bekostigen, en deze zullen alleen nog maar toenemen in de nabije toekomst. Wat zich op zijn beurt vertaalt in torenhoge opvangprijzen. Door het grote verloop in de privésector staan er in het Leuvense nog maar eens tientallen felbevochten plaatsen op de tocht. Haast onvermeld in deze context zijn de vele personeelsleden die in de sector actief zijn. Sommigen zijn slachtoffer van vindingrijke schijnstatuten die de financiële kosten moeten verlagen waardoor de werkdruk stijgt, wat op lange termijn wel eens de kwaliteit zou kunnen aantasten.

Het mag dus niet verwonderen dat de druk op de erkende kinderdagverblijven met een inkomensgerelateerde dagprijs blijft stijgen. Dat is vooral nefast voor financieel kwetsbare ouders die de kans op een betaalbare plaats zien slinken. Want niet iedereen kan maandelijks 650 euro neer tellen voor één opvangplaats. Laat staan het dubbele als je twee jonge kinderen hebt. Als lid van een partij die zich wil profileren als de gezinspartij bij uitstek, weet u toch dat een gemiddeld gezinsinkomen neerkomt op ongeveer 2600 euro netto per maand? En dan heb ik het niet over de grote groep alleenstaanden die het met de helft moet zien te rooien. 

De eerste drie levensjaren zijn cruciaal voor de verdere kansen van kinderen. Professionele kinderopvang is hier essentieel. Ik dacht toch dat armoedebestrijding net een van de Vlaamse beleidsprioriteiten was?

Bieke Verlinden
schepen van Sociale Zaken, Werk en Studentenzaken
Stad Leuven

Bookmark and Share

Open brief over kinderopvang van schepen Bieke Verlinden aan minister Vandeurzen

Aangezien het tekort aan kinderopvang een probleem blijft, neemt Leven in Leuven de open brief van schepen Bieke Verlinden over. Aarzel niet jullie ervaringen of mening in de commentaren met ons te delen.

Geachte minister Vandeurzen

Ik schrijf u in naam van jonge ouders. En daar hebben we er veel van in onze stad.
Een noodkreet uit Leuven.

Met grote verbijstering vernam ik onlangs uw nieuwe plan om het tekort aan kinderopvang tegen te gaan. Tegen 2016 wil u dat heel Vlaanderen aan de ‘norm van 50 procent’ voldoet: de helft van alle kinderen tussen 0 en 3 jaar moet een opvangplaats hebben. Een nobel streefdoel, dat zeker. Maar wel een dat iedere vorm van realiteitszin uit het oog verliest.
Volgt u even mee?

Leuven probeert
In Leuven proberen we al jaren het kinderopvangbeleid mee te sturen en onze verantwoordelijkheden als stad op te nemen. Zo hebben we onlangs niet alleen een nieuwe crèche gebouwd die voorzien is op uitbreiding, we hebben ook bijkomende kinderopvangplaatsen gecreëerd met eigen middelen. Door het uitblijven van uitbreidingsmogelijkheden langs u om, zijn we in deze financieel moeilijke tijden zo vrij geweest uw verantwoordelijkheid over te nemen. Resultaat: 37 extra opvangplaatsengoed voor een vijftigtal kindjes meer die opgevangen kunnen worden (niet ieder kind heeft immers een voltijdse opvangplaats nodig en door de kleine gaatjes op te vullen proberen we de plaatsen maximaal in te vullen).

Daarnaast hebben we op vraag van en samen met de sector een overkoepelend aanmeldingssysteem gecreëerd. Het vergemakkelijkt de zoektocht voor ouders en biedt een bijzondere administratieve ondersteuning voor de opvanginitiatieven. In combinatie met een statistische formule, kunnen we iedere aanvraag perfect monitoren en het kinderopvangtekort gedetailleerd in kaart brengen. We kunnen vandaag heel precies de kinderopvangbehoefte – lees nood – in onze stad meedelen. We kennen het aantal aanvragen, we weten wie onze aanvragers zijn en wat hun concrete opvangvraag inhoudt. Pionierswerk in Vlaanderen dat tevens mee de aanleiding vormde voor uw nieuwe decreetvorming: het werd de inspiratiebron voor de ‘kinderopvangzoeker’ die u binnenkortin heel Vlaanderen wil invoeren.

Het streefcijfer en de werkelijkheid
Leuven heeft volgens uw cijfers momenteel een opvanggraad van 52.6 % voor kinderen tussen 0 en 3. Dat is meer dan de helft en dus krijgen we van u goede punten. Gevolg: tot 2016 krijgt Leuven geen middelen om in extra kinderopvangplaatsen te voorzien. Logisch, toch? Mag ik u er, met de cijfers in de hand, op wijzen dat in Leuven 79 % van de kinderen tussen 0 en 3 jaar een aanvraag voor kinderopvang heeft gedaan? Dat is 29% méér dan uw streefcijfer van 50 %. Bovendien is de nood nog groter als je beseft dat vele ouders, omwille van de centrumfunctie die onze stad vervult, hun kinderen liever dichter bij het werk afzetten om stress en mobiliteitsproblemen te vermijden.

Het is vooral de grote mate van laksheid in uw houding jegens onze stad die me tegen de borst stuit. Door te opteren voor ongenuanceerd eenheidsbeleid miskent u de reële situatie in het veld en gaat u voorbij aan enkele significante variabelen. De opvangnood in Leuven is dan ook heel wat anders dan die van pakweg Oostrozebeke. Ik wil daarmee de nood in Oostrozebeke niet onder de mat vegen, maar ik vraag u wel om te kijken naar de effectieve opvangbehoefte. De tewerkstellings- en opleidingsgraad in Leuven is erg hoog, terwijl het sociale netwerk (en dus de informele kinderopvang) kleiner is dan in andere Vlaamse steden.

Los van de hoge opleidingsgraad van moeders in Leuven (een belangrijke barometer om de kinderopvangnood in te schatten), zijn we er ook in geslaagd om vele kwetsbare gezinnen te bereiken en hen te betrekken om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. En toch. Toch worden we elke dag geconfronteerd met schrijnende verhalen van ouders die hun werk dreigen te verliezen of ouders die geen werk kunnen zoeken.

Steden vragen extra inspanningen
En nu moeten we via de media vernemen dat u Leuven laat voor wat het is? Omdat we volgens uw cijfers een goede leerling zijn? Zonder dat u stilstaat bij de feitelijke discrepantie tussen vraag en aanbod? Als u niet dringend naar de werkelijke behoefte gaat kijken, vrees ik dat er onterecht en overgeïnvesteerd zal worden in bepaalde gemeenten, terwijl andere behoeftige steden systematisch in de kou zullen blijven staan.

Met vriendelijke groeten

Bieke Verlinden
Schepen van sociale zaken
werk en studentenzaken
Leuven

Bookmark and Share