Posts getagd met ‘MOP’

Leuvens dialect voor allen, ook voor niet-Leuvenaars (les 26)

MOP: DE PIRAAT   /  In ‘t Leives:  DE PIROOT

1. In ne kafei komt er ne piroot binne. Nen echte! Zue ieëne mei een oute bieën, nen ook in pleuts van een and en e zwèt lappeke vei zen ueg.

2. De kafeiboos beziet em en vroogt: “Moo menne, wat es er mei aa gebeid? Wat edde goë oeëtgestouke vei zueïet on eu bieën t’emme?”

3. “Awèl,” zieët de piroot, “da was mei e gevecht up zië teige nen anderen buet. Ze schoute kanonballe noo ons en ik zen gerokt geweist en zue zen ek me bieën kwoëtgegrokt.”

4. “Amai,” ziët de kafeiboos, “da’s êrg! En dan doënen ook on eu rechterand. Eus es da gekoume?”

5. “Joo,” zieët de piroot, “da was in e soobelgevecht mei de vaijand en doëne sleug me rechterand af in ieëne slag, en doomei em ek naa doo nen ook in de ploits.”

6. “Verdumd,” zieët de kafeiboos. “Bekèn ni te gelueve, seg! En eu ueg, eus komt datte?”

7. “Da’s en ieëel ander verool,” antwoudt de piroot. “Ik stond up et dek noo bouve te kieke en doo passeire doo intege mieëwe en doo schèt er begot toch wel ieëne doovan vlak in men ueg, zeikes!”

8.”Da neim ek naa wel on”, zieët de kafeiboos, “moo zue kinde eu ueg toch ni verlieze???”

9. “Joojoo,” zieët de piroot! ” ‘t Was den ieësten dag da’k mennen ook on aa…”

Begrepen? Of niet helemaal? Hier volgt de Nederlandstalige versie:

1. In een kroeg komt er een piraat binnen. Een echte! Zo eentje met een houten been, een haak in plaats van een hand en een zwart lapje voor zijn oog.

2. De cafébaas beziet hem en vraagt: “Maar man, wat is er met u gebeurd? Wat heb jij uitgespookt om zoiets aan uw been te hebben?”

3. “Awel,” zegt de piraat, “dat was bij een zeeslag tegen een ander schip. Ze schoten kanonsballen naar ons en ik ben geraakt geweest en zo ben ik mijn been kwijtgeraakt.”

4. “Amai,” zegt de cafébaas, “dat is erg! En dan die haak dan aan uw rechterhand? Hoe is dat gekomen?”

5. “Ja,” zegt de piraat, “dat was in een sabelgevecht met de vijand en die sloeg mijn hand af in één slag, en daarmee heb ik nu een haak in de plaats.”

6. “Verdomd,” zegt de cafébaas. “Bijna niet te geloven, zeg! En uw oog? Hoe komt dat?”

7. “Dat is een heel ander verhaal,” antwoordt de piraat. “Ik stond op het dek naar boven te kijken en er passeren daar enkele meeuwen en er schijt er verdorie toch wel één daarvan vlak in mijn oog, zeker!”

8. “Dat neem ik nu wel aan,” zegt de cafébaas, “maar daar kunt ge uw oog toch niet mee verliezen???”

9. “Jawel,” zegt de piraat, ” ‘t was de eerste dag dat ik mijn haak aan had…”

Bookmark and Share