Archief per auteur

Voetbal en Tsjechov in the mix

Sanja Mitrovic: ‘Do you still love me?’ – Theater – 12.05.2015, 20u30, STUK Soetezaal.

Wie afgelopen dinsdagavond naar het STUK was afgezakt in de hoop een romantische toneelvoorstelling voorgeschoteld te krijgen, was eraan voor de moeite. ‘Do you still love me?’ had namelijk op het eerste gezicht volstrekt niets met liefde te maken, maar des te meer met voetbal, de trouw en toewijding van supporters aan hun club en de bizarre eigenschap van de mens om er onverklaarbare passies op na te houden. De slimmerik herkent er meteen ‘de liefde voor de sport’ in, maar deze lachwekkende en tegelijk ontroerende voorstelling leek een meer omvattende boodschap te willen meegeven, en tonen dat de liefde van de mens triviaal, irrationeel, hoogdravend of lachwekkend kan zijn, maar altijd even krachtig.

1195P

Acht spelers zetten zich voor ons op een rij. Vier van hen in een soort halfslachtig gebricoleerde voetbaloutfit, de andere vier in blauw-gele supporterskledij. Ze stellen zich allemaal voor – vier acteurs, vier supporters – en vertellen ons elk waar ze precies waren en wat ze deden tijdens de match België-Verenigde Staten afgelopen zomer. Frans en Vlaams worden daarbij probleemloos afgewisseld, met soms zelfs Engels ertussendoor, een stramien dat de hele voorstelling lang doorging en dit stuk een authentiek Belgische stempel gaf. Dit kwam op het einde van de voorstelling tot een mooie apotheose wanneer de acteurs elk om beurten langs een vooraan op het podium opgestelde microfoon liepen en hun ‘hulde’ brachten aan België: “Danku, België, voor uw grijze regenhemel”, “… voor uw prachtig elftal”, “… voor uw politiek geklungel”.

Dus het ging over voetbal en over België? Nee, ook niet helemaal. Ook over Shakespeare, en Tsjechov. Ja, het was een rare voorstelling. Hoewel het verband tussen bepaalde scènes soms onbestaand leek en je je als toeschouwer zat af te vragen wat een recital van King Lear nu precies te maken had met het schipperen tussen de tweede en derde klasse van een obscuur Waals voetbalploegje, behielden deze scènes toch een enorme kracht en puurheid. Wat daarbij een absolute meerwaarde was en dit stuk een heel andere dimensie gaf, was het voortdurend aanwezig zijn van camera’s op scène, waarmee de acteurs en supporters elkaar filmden en op het projectiescherm achteraan het podium een heel andere hoek of beeld toonden dan waar de toeschouwer op scène naar keek. Met bijkomende effecten als close-up of zwart-wit, gaf dit af en toe prachtige beelden als uit een oude film, en creëerde zo een intrigerend spanningsveld tussen beeld en werkelijkheid. Voor relevantie scoort ‘Do you still love me?’ dus niet al te goed, voor esthetiek daarentegen uitstekend.

Deze voorstelling is heel moeilijk samen te vatten, en dat vormt allicht ook de kracht ervan. Op sommige momenten ronduit hilarisch, op andere doordeweeks en triviaal, dan weer heel intens, van rustig kabbelend naar een explosieve voetbalrel, van Shakespeare naar Vlaams Belang: ‘Do you still love me?’ ging over alles en over niets. Maar die paar kerngedachten en poëtische beelden werden met een overtuigende kopstoot in de goal geknald.

Artikel door Evelyne Janssens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

TIP\\ VAARTfestival [14-15-16 mei]

Jonge artiesten (tussen 16 en 25 jaar) uit Leuven en omstreken krijgen volgende week een kans om hun werk aan het grote publiek te tonen. Van donderdag tot zaterdag kun je in het Opek naar (muziek)theater, dans, street-art en video-installaties gaan kijken van aanstormend talent, en dat voor maar 4 euro per voorstelling! Een kort overzicht:

[THEATER]

Vogels op telefoondraden: Simon en Sander, twee jonge twintigers, hebben voor het VAARTfestival een woordelijk theaterspel in elkaar gestoken dat u meeneemt langs de wonderlijkheid van onze alledaagse communicatie.

En wat als het regent? De 17-jarige Bibi brengt een monoloog over geluk, en vertelt daarin hoe we ons niet moeten vastpinnen op de hype van het gelukkig zijn, maar veeleer ruimte moeten leren laten voor spontaniteit en toeval.

Mag ik aan je haar voelen? Drie jonge theatermakers hebben samen een luchtige voorstelling gecreëerd, waarin de kijker wordt meegenomen langs de kronkels van een eerste ontmoeting.

Het meisje zonder ruis:  De jongste deelnemer aan het VAARTfestival is de 16-jarige Stan Martens, die samen met het collectief RES PUBLICA (gitaar en klarinet) een muzikale voorstelling brengt waarin de gevolgen van ons digitale tijdperk in vraag worden gesteld.

Kalverliefde: De liefde inspireert altijd, net als in deze visuele voorstelling waarin ons een kijkje wordt gegund in de wereld van de ontluikende liefde bij jongeren.

[INSTALLATIES]

PIT: Met een intrigerende installatie – waarbij architectuur, muziek en dans gecombineerd worden – neemt het ULEVEL collectief  de toeschouwer mee in hun interpretatie van alledaagse gewaarwordingen.

Vogelnestjes in madeirasaus: Sien en Nana, de twee oudste jongedames van het festival, hebben een kookvideo-installatie gemaakt waarbij je door een operating system begeleid wordt om een gezonde en bewust maaltijd te serveren. Wie deze installatie uitprobeert, mag zijn creatie ook effectief oppeuzelen!

[STREET-ART]

Diagonaal: De 18-jarige Sarah Lauwers tracht met speelse street-art een verbinding te maken tussen vrijheid, grenzen en het publiek.

Artikel door Evelyne Janssens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Japanse seksclash

De Warme Winkel: ‘Tanizaki’ – STUK Soetezaal, 28.04.2015, 20u30

Jun’ichirō Tanizaki is een Japanse schrijver, geboren op het einde van de 19de eeuw en één van de populairste schrijvers van de moderne Japanse literatuur. In de in 1956 geschreven roman Kagi of De Sleutel besluit een oudere man zijn seksuele verlangens neer te pennen in een dagboek, met het spannende risico dat zijn vrouw het zou kunnen vinden. In deze onduidelijke vertelling is er plaats voor fantasie van de kijker omdat er vaak meer wordt gesuggereerd dan uitgedrukt. Werkelijkheid en verbeelding vloeien in elkaar over. Voor de mannen van De Warme Winkel was dit voldoende inspiratie om er een voorstelling over te maken.

tanizaki

De drie acteurs, Vincent Rietveld, Ward Weemhoff en Mara van Vlijmen verwelkomen het publiek enthousiast terwijl ze nog een laatste hand aan het decor leggen. De directe Hollandse sfeer zit er al meteen in. ‘Houden jullie van boeken?’ ‘Wie leest er boeken?’ ‘Houden jullie van seks?’ ‘Houden jullie van seks met minderjarigen?’ Eén hand gaat de lucht in. Enkele nonnen uit de zaal kijken gechoqueerd. Met een paniekerige goesting zetten de acteurs het stuk in. Of was het al begonnen? Loze, maar best grappige mopjes vliegen de lucht in. Hoe heet een Spanjaard zonder auto? Carlos. Haha. Hoe heet een Mexicaan met een rubberen teen? Roberto, of Roaubertoe. Het publiek gaat wild, of toch het meegaande deel. Maar we zitten nog geen vijf minuten neer of we zien al een piemel en blote billen, het gaat er inderdaad behoorlijk losjes aan toe. Diezelfde rij nonnen verlaat de zaal. Gaat U al weg? Nog een fijne avond mevrouw!

Een consequente stijl is blijkbaar niet aan de jongens van de Warme Winkel besteed, want opeens komt een Japanse vrouw met lang zwart haar het podium op, begint te spelen op haar speciaal instrument en vloeien we in een totaal andere sfeer. Ingetogen en minimaal bewegen de acteurs in Japanse kostuums zich als porseleinen poppetjes naar voren terwijl de dagboekfragmenten van de oude man afgewisseld met die van zijn vrouw op de decorwand geprojecteerd worden. Bijna in hypnose wordt het publiek mee in dit intieme verhaal gewiegd. Dan worden we weer wakker geschud door het heden. De acteurs worden weer zichzelf, of dat denken we toch en ze lezen hun eigen dagboekfragmenten voor. Hun seksuele intriges tijdens het maakproces van deze voorstelling worden uit de doeken gedaan.

Het is natuurlijk niet nieuw dat collega’s af en toe de lakens delen, en dat geldt in elke sector. Maar hier overstijgt de fantasie van de kijker het verhaal. Veel mensen hadden hoge verwachtingen over de explicatie van deze voorstelling, na alles wat we al te zien hadden gekregen. Nog een paar oude vrouwen verlaten de zaal na enkel de woorden te hebben gehoord en de angst voor wat er nu in actie gebracht zou worden als ons Mara onder het deken lag en de twee mannen haar naakte lichaam voorzichtig zouden onthullen. Tot slot leest Kotospeelster, Makiko Goto, haar eigen dagboekfragmenten voor in de micro in gebrekkig Engels en maakt ons zo deelgenoot van haar ervaringen met dit gekke theatertrio.

De drukke clash van speelstijlen, de fascinatie met Japan en intieme driehoeksrelatie tussen de acteurs maakten van deze voorstelling niet alleen een provocerende maar ook verwarrende en hoogst fascinerende gebeurtenis. Een zeer vernieuwende manier van theater waarin de Warme Winkel ons trakteerde op een explosieve clash met heden, verleden, cultuur en – altijd raak – seks.

[met dank aan Anneleen Verhaegen en Louise De Groef]

Artikel door Evelyne Janssens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Osby & Postma vs Plaistow, K.O. in ronde 2 – 19 maart 2015

Het Leuvense cultuurlandschap lag de voorbije week dik bezaaid met geweldige activiteiten. Enerzijds was er natuurlijk het concert van Jodie Devos op woensdag maar daarnaast ging ook de derde editie van Leuven Jazz door. Op deze derde editie had de organisatie gezorgd voor een multimediaal festival dat niet alleen concerten, maar ook films, platenbeurzen, en zelfs een Jazzkroegentocht omvatte. Maar het draait natuurlijk in de eerste plaats om de muziek. Naast Jef Neve, Aaron Parks en Dorian Concept stonden op donderdag eerst Tineke Postma en Greg Osby, en daarna hun Zwitserse collega’s van Plaistow op het podium van de 30cc/Schouwburg. Beide bands wisten het publiek enorm te verrassen, jammer genoeg was dat niet bij allebei in positieve zin op te vatten.

tinekepostmagregosbybis2Het was aan Postma en Osby om de spits af te bijten. De jonge Nederlandse en de Amerikaanse jazzveteraan kwamen op Leuven Jazz hun laatste CD-project Sonic Halo voorstellen. Een album bestaande uit alleen maar eigen composities van Postma enerzijds en Osby anderzijds, en het verschil hoorde je. Tijdens het concert ging de energieke stijl van Osby gestoeld op de Amerikaanse free jazz, maar met duidelijk bop-invloeden in contrast met de lyrische, Europese stijl van Postma. Beide musici namen het voortouw in hun eigen composities maar werden daarbij steeds ondersteund door hun wederhelft en, ik zou ze bijna vergeten, het geweldige ensemble.

Greg Osby en Tineke Postma waren dan wel als blikvangers naar voren geschoven, maar het overige trio moest allesbehalve onderdoen voor de twee saxofonisten. Adam Aruda imponeerde met de meest virtuoze jazzritmes aan de drums, Christian Li overdonderde mij met zijn improvisaties aan de piano, en de amper achttienjarige! Daryl Johns die het beste van zichzelf gaf op contrabas. Zei ik al dat hij maar ACHTTIEN is! Het ensemble verraste keer op keer met verfrissende composities en Osby’s energetische stijl maakte het vaak wel zeer moeilijk om in de, nochtans geweldig aangename, rode schouwburgzetels te blijven zitten. Na iets meer dan een uur muziek zat het concert er, veel te snel, op. Deze jazzleek hadden ze alvast overtuigd. Het was hoopvol uitkijken naar Plaistow.

plaistow_crew_phot_1612628gPlaistow slaagde erin om in vijf minuten alle vooroordelen over jazz onderuit te halen. Wie jazz denkt, denkt aan rokerige bruine kroegen waar een ensemble de ziel uit hun lijf staan te spelen. Bij jazz denk je niet aan drie überblanke Zwitsers die zich baseren op de minimalistische muziek van Steve Reich en Philip Glass. Dit kon interessant worden. Helaas lag de nadruk te veel op het kunnen, en niet op het daadwerkelijk realiseren van iets interessant. Het trio paste de elementen uit de muziek van hun minimalistische voorbeelden met wetenschappelijke precisie toe. Hun set klonk dan ook eenvoudig, repetitief, luid en vooral emotieloos. Tot zover (op zich) geen probleem want zo hoort minimalistische muziek nu eenmaal te klinken. Jammer genoeg dreven de Zwitsers die chirurgische precisie iets te ver door (clichébevestigend ik weet het) en vergaten ze daarbij hun eigen inbreng in de muziek. Daarenboven ontbrak het in Plaistows muziek aan enige vorm van ontwikkeling, iets waar hun grote voorbeelden juist zo goed in waren.

Al snel werd de muziek zo voorspelbaar dat het grootste amusement gehaald werd uit het raden (al was er weinig raden aan) wanneer drummer Cyril Bondi zou invallen. De rest van het publiek moest duidelijk ook weinig weten van Plaistows post-jazz muziek. Na een tiental minuten begonnen her en der aanwezigen de zaal te verlaten en ongeveer halverwege het concert hielden de eerste drie rijen het ook voor bekeken. Plaistow eindigde met een halflege zaal en een beleefdheidsapplaus. Osby & Postma vs Plaistow, 1 – 0.

Door Jasper Croonen.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Jodie Devos, goed gearrangeerd – 18 maart 2015

Wie bij de naam Devos eerst Lemmens denkt en al wegdroomt van de eerste barbecues van het jaar is op deze blog waarschijnlijk niet aan het juiste adres. Bij Devos denk je aan Jodie Devos, de Belgische sopraan en laureate  van de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang uit 2014. Zij gaf op het jongeren-laureatenconcert van de Leuvense Elisabethiade het beste van zichzelf, geruggesteund door studenten van het conservatorium van Bergen (Arts2).

Samen met het ensemble werkte Devos een enorm gevarieerd programma af, bestaande uit niet minder dan tien arrangementen door Jean-Philippe Collard-Neven. Of toch niet helemaal, voor het openingswerk van de avond, Johnny & Calypso, twee liederen uit de Cabaret Songs van Benjamin Britten werd de sopraan enkel bijgestaan door Collard-Neven aan de piano. Het luchtige werk was een aangename opener en Devos excelleerde door haar inlevingsvermogen, maar het was toch nog even wachten tot de zangeres al haar troeven kon uitspelen. Gelukkig moesten we daar als publiek niet te lang op wachten. Na het matige Gretchen am Spinnrade zorgde Devos’ uitvoering van Oú va la jeune hindoue uit Léo Delibes’ opera Lakmé voor een eerste hoogtepunt van de avond. Het broze klokkenspel en de daarop volgende Oosterse melodieën pasten perfect bij het timbre van Devos’ stem. Het zorgde voor het onbetwistbare hoogtepunt van de avond.

De twee daarop volgende werken, delen uit vroeg romantische opera’s van Vincenzo Bellini en Gaetano Donizetti, waren beiden minder uitgesproken, en ik was meer aan het nagenieten van de schitterende Délibes. Zeker O quante volte had vaak een te terughoudend karakter waardoor zowel het ensemble als Jodie Devos niet echt de kans kregen om te schitteren. Ondanks een gelijkaardige terughoudendheid in Il dolce suono uit Gaetano Donizetti’s opera Lucia di Lammermoor bleek dit nu geen probleem te zijn. Door de intrinsieke traagheid van het werk leek het amper drie minuten durende Il dolce suono eindeloos, maar het publiek hing aan Devos’ lippen.

Tijdens Blanche, een eigen compositie van pianist Collard-Neven, kreeg de zangeres een welverdiende pauze. Tijd voor de studenten om hun kunsten te etaleren dus. In het zeer programmatische werk, dat bijna neigde naar filmmuziek, gaven de tien musici het beste van zichzelf. Blanche was nu niet meteen een meesterwerk, maar dat maakte het niet minder aangenaam. De lijn van de luchtigere werken werd aan het einde van het concert nog verder doorgezet wanneer afgesloten werd met twee arrangementen van werken van jazzlegende Nina Simone. Celliste Helena Svigelj had er duidelijk zin in, en haar enthousiasme werkte enorm aanstekelijk. De aanwezigen, mezelf inclusief, genoten zienderogen van dit streepje “lichte muziek”. Vooral Feeling Good was door Collard-Neven uniek getoonzet. Door de vele modernistische speeltechnieken kreeg het werk bij momenten een bijna avantgardistisch sfeertje, tot Jodie Devos haar majestueuze stem nog een laatste keer mocht laten weerklinken. De variatie tussen serieuze, lyrische aria’s en het lichtere repertoire zorgden voor een aangenaam en goed gebalanceerd programma. Jodie Devos, die als rode draad van het concert fungeerde, maakte er een geweldige uitvoering van. Niets dan lof over dit geweldige concert.

Door Jasper Croonen.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Who’s got respect for Virginia Woolf?

Peter Verburgt, De Roovers & Kaaitheater – ‘Ik in het blauw’ – Theater – Stuk Soetezaal, 17 maart 2015, 20.30u.

Virginia Woolf, de getormenteerde schrijfster die zich aan het begin van de Tweede Wereldoorlog op 59-jarige leeftijd verdronk, spreekt nog steeds tot de verbeelding. Zo besloot Sara De Bosschere, oprichtster van het gezelschap De Roovers, zich te laten bijstaan door een zwijgzaam schuifelende Jan Joris Lamers om een verhakkelde monoloog te brengen die een ingetogen en respectvolle ode moest zijn aan deze gekwelde vrouw.

Dat dit stuk rond het personage van Virginia Woolf geen giller zou worden, beloofde de titel al. En ‘Ik in het blauw’ werd inderdaad allesbehalve een lichtvoetige voorstelling, hoewel ze wel wat aan fond en kracht miste om werkelijk de impact te hebben die ze beoogde. De tekst die De Bosschere bracht, was mooi, maar leek soms kant noch wal te raken, waardoor het als kijker soms zoeken was naar een boodschap, een houvast.

Wat het er niet makkelijker op maakte, en ons inlevingsvermogen nog meer op de proef stelde, was het feit dat de hele monoloog in de derde persoon verteld werd. Als De Bosschere over “ze” praatte, en dus over Virginia Woolf, praatte ze dan als een buitenstaander over de persoon van Woolf of praatte ze over zichzelf, haar personage Virginia Woolf, met een apathische afstandelijkheid? Toen ik De Bosschere achteraf vroeg naar de reden voor deze weigering verteller en vertelde te laten samenvallen, antwoordde ze vriendelijk maar kordaat: “uit respect”. Afstand houden uit respect, natuurlijk, een begrijpelijke keuze. Maar deze afstandelijkheid had ook een keerzijde: naast het feit dat het De Bosscheres vertolking zeer intrigerend en integer maakte, voelde je je als kijker nooit echt betrokken bij het verhaal, werd je nooit meegenomen, en kon je je niet identificeren met het personage.

8743_800_-1_FSImage_0_Ik_in_het_blauw_4__c__Jorn_Heijdenrijk

Wie zich echter over dit euvel kon zetten, en oog had voor het geheel van de voorstelling met al haar subtiliteiten, kon zich verlekkeren aan details als de sprekende muziekkeuze (met steeds hetzelfde nummer dat terugkeerde, om de eentonigheid en het repetitieve van Woolfs leven te verbeelden), de symbolische rekwisieten (de kopjes thee, en het hele sociale gebeuren dat ermee samenhing waar Woolf zo’n afkeer van had), de projectie van de eenzame en duistere vuurtoren die dreigend op de achtergrond aanwezig was (verwijzend naar haar roman ‘The Lighthouse’) en de schijnbaar betekenisloze aanwezigheid van de enige andere acteur op scène, een haast doelloos rondschuifelende en mompelende Jan Joris Lamers (haar man?), die echter helemaal op het einde van de voorstelling met een knoert van een one-liner komt aanzetten die het hele stuk een wondermooie nieuwe kleur geeft.

‘Ik in het blauw’ is geen voorstelling die je meteen bij je nekvel grijpt of die het moet hebben van grote emoties en zwaarwichtig drama, maar toont met afstand en respect dat ingetogenheid en soberheid ook hun plaats verdienen op een podium.

Artikel door Evelyne Janssens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Asobi: een meesterwerk waarin het lichaam verklanking vindt

Les Ballets C de la B, De Bijloke & SPECTRA – ‘Asobi’ – Dans – 26.02.2015, 20.30u, STUK

Het is donderdagavond, en de Soetezaal in het STUK is tot de nok gevuld voor deze nieuwe dansvoorstelling van het Gentse Les Ballets C de la B, dat ons ‘Asobi’ – Japans voor ‘spel voor volwassenen’ – zal brengen. Dat voor dit spel enkel volwassenen in de arena waren toegelaten, zou men enigszins kunnen wijten aan het vele naakt dat op het podium te zien was, maar anderszins vooral kunnen interpreteren als een verwijzing naar het verlies van de kinderlijke onschuld. Vanaf de hypnotiserende openingsscène tot de zinderende slotact waren we immers geen getuige van een onschuldig spel, maar van een priemend gevecht van overgave, intimiteit en pure schoonheid.

asobiBij de eerste blik op het podium, zou de cultuurminnende habitué misschien een initiële zucht geslaakt hebben: “allez, weeral een spiegel, hoe origineel. Het zal weer zo’n diepzinnige verwijzing zijn naar het kijken en bekeken worden.” Akkoord, het idee van het publiek te confronteren met de eigen blik is inderdaad niet nieuw. Maar deze voorstelling tilde dit concept naar een heel ander niveau; niet alleen zorgde deze enorme spiegel (die de hele lengte van het podium besloeg), voor een ambigu en confronterend spel tussen het kijken en bekeken worden, maar maakte hij de afstand tussen zelf en spiegelbeeld door het voor- en achteruit schuiven over het podium werkelijk tastbaar, zodat het leek alsof reflectie een ruimtelijke dimensie kreeg. Afhankelijk van het subtiele spel van de van het plafond naar beneden hangende gloeilampen, toonde deze spiegel door zijn oneffen oppervlak van vlekken en bulten ons nu eens een vervormde reflectie van het publiek, dan weer een getroebleerd spiegelbeeld van de dansers. Dit zorgde voor een voortdurend wisselen van rollen en perspectieven, dat in de magistrale openingsscène al meteen een hoogtepunt bereikte door van de spiegel zelf een toeschouwer te maken die als enige de naakte kant van de letterlijk voor de helft uitgeklede dansers mocht ‘bekijken’. Dat hij deze geprivilegieerde blik ook meteen aan het hele publiek moest prijsgeven, maakte de intimiteit en tegelijk het voyeurisme pijnlijk tastbaar.

En zo zat deze voorstelling vol met subtiele symboliek en furieuze eerlijkheid, die van elke beweging van de vier dansers spatte. Hun hele lichaam ademde spanning, kwetsbaarheid en verlangen, en elke beweging gold als een statement van deze broze mix van emoties. Alsof een dergelijke visuele betovering nog niet volstond, werden de dansers begeleid door een zeskoppig orkest, dat er met perfect gekozen muziek in slaagde de bewegingen van de dansers verklanking te geven. Het geheel resulteerde in een wonderlijk symbiose waarin de dansers de muziek belichaamden en de muziek hun bewegingen in klank vertaalde. Een symbiose waarin lichaam en klank één waren. Dit thema van eenheid en versmelting sluimerde nu eens als een ingetogen en dan weer woeste hunkering door de hele voorstelling, om in de slotact te culmineren in een nooit gezien schouwspel van pure, naakte, kwetsbare schoonheid.

‘Asobi’ berooft je van al je onschuld en laat je verbouwereerd achter. ‘Asobi’ is adembenemend, een must, een topper, een waar kunstwerk.

Als er één dansvoorstelling is die je in 2015 gaat zien, laat het dan deze zijn. Je zal dan wel op 24 april in Zwitserland of op 7 mei in München moeten zijn… Succes!

Artikel door Evelyne Janssens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Je veux de l’amour! // Saint Amour

Wat? Saint Amour // Waar? 30CC/Schouwburg // Wanneer? 17 februari 2015

Spreek mij van Valentijn en Cupido en ik werp je een blik toe waar Medusa zelf van versteent. Maar neem me mee naar Saint Amour, dat wulpse letterfeest van de liefde, en ik ben voor eeuwig de jouwe. In het valentijnsprogramma van Behoud de Begeerte zijn het dit jaar vooral dichters die op het podium de liefde mogen bezingen: melancholische, grappige, vergane, eeuwigdurende, grootse en kleine liefde. Het werd een sobere voorstelling: afgezien van enkele korte video- of dansintermezzo’s stonden de schrijvers en hun teksten centraal.

Zanger en auteur Thé Lau moest helaas verstek geven voor de Vlaamse voorstellingen, nadat hij ook al paste voor de Nederlandse, wegens griep. Het enige gitaarspel kwam dus van Bert Dockx, die bij wijlen zinderende en poëtische muziek bracht. Hij stond Gustaaf Peek bij die voorlas uit zijn alom gelauwerde roman Godin, Held.

Ingmar Heytze luchtte de voorstelling op met humor en herkenbaarheid, en bracht onder andere poëzie over van die brieven over “jou en wij” die nooit hun bestemming zouden mogen bereiken, brieven “die je vervolgens met een pollepel of een ander wanhopig stuk gereedschap weer uit de brievenbus probeert te vissen, bij voorkeur in de regen en zonder succes”.

Maar nu weer even serieus. De erudiete nestor van het gezelschap, Stefan Hertmans, voor de gelegenheid in de gedaante van gewonde frontsoldaat – of stomweg gevallen, je kiest maar – las voor uit onder andere zijn bundel Kaneelvingers. Later verhaalde hij het levenslange, verscheurende verdriet van zijn grootvader over zijn verloren geliefde, uit de instant-klassieker Oorlog en terpentijn. Hertmans is zonder twijfel begenadigd, al hield uw reporter dit keer eerder de adem in bij zijn proza dan bij de ietwat afstandelijk gebrachte, hermetische poëzie.

Voor een dosis goede ouderwetse romantiek zorgde Mirjam van Hengel: zij reconstrueerde de levens van Leo Vroman en Tineke Sanders, en hun liefdesverhaal die de beproevende oorlogsjaren overleefde. Liefde op het eerste gezicht, een leven lang: zo zeemzoet dat de gemiddelde cynicus er zijn wenkbrauwen hemelhoog voor zou optrekken, om dan uiteindelijk net niet in tranen uit te barsten bij de diepgevoelde afscheidsbrief die Leo schreef aan Tineke.

Maar het moet gezegd, deze liefdeskaravaan werd vooral getrokken door drie jonge dichteressen: Ellen Deckwitz, Maud Vanhauwaert en Charlotte Van den Broeck. Zonder hen drieën over dezelfde kam te willen scheren, het is zeker zo dat hun teksten op vergelijkbare wijze mooi op de grens tussen poëzie en podium balanceren. Ze lieten de spreekstoel voor wat hij was en traden het publiek tegemoet met sprekende beelden, verhalende verzen en vloeiende ritmes. Deze drie vaten talent waren de ontdekking van de avond.

Nu, is de voorstelling erin geslaagd de begeerte te behouden onder de toeschouwers? Her en der in de zaal vlijden hoofden zich op nabijgelegen schouders neer en klonk er een sporadische vertederde ‘ooh’ of instemmend gelach. De populaire formule van Saint Amour werkt nog steeds, al was dat dit jaar toch vooral te danken aan het jong geweld.

Artikel door Marie Verleije.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

De wulpse klaagzang van ‘Sirene’

Toneelhuis/Bart Meuleman: ‘Sirene’ – Theater – 22.01.2015, 20.30u, STUK

Wat een mens precies moest denken bij het buitenkomen na deze voorstelling, was op het eerste gezicht nogal moeilijk uit te maken. Het stuk ging moeizaam vooruit, er gebeurde niet veel en dat hoofdpersonage was toch maar ‘een rare’. Maar wie deze bevreemdende monoloog een kans geeft om even te bezinken, realiseert zich getuige geweest te zijn van een sober maar klassevol staaltje muziek- en teksttheater. Met oren vol was weerstaat u allicht wel aan de lokroep van ‘Sirene’, maar eens u uw weerstand heeft laten varen, is het een plezier haar wulpse klaagzang te aanhoren.

De kracht van deze voorstelling was ongetwijfeld haar eenvoud. In een donker hoekje op de scène zit percussionist Mattijs Vanderleen haast geniepig geluiden te maken; ritselende blaadjes, voetstappen, donderslagen… terwijl Fien Maris op enkele goud-reflecterende platen haar podium vindt en het publiek een goed uur in de ban weet te houden. De hele scène ademde een sfeer van zwoele, duistere geheimen; alsof het publiek de vierde wand was van een onwerkelijke kamer in een onwerkelijke wereld. Het is duidelijk dat Mark Van Denesse, verantwoordelijk voor licht- en decorontwerp, goed begreep wat regisseur Bart Meuleman met deze monoloog trachtte te verbeelden: vervreemding, fantasie, eenzaamheid en een soort erotische tristesse. Hoe kan het ook anders, als het naamloze hoofdpersonage een atypische prostituee is die ons haar verhaal over een (imaginaire?) ontmoeting met een naamloze klant in horten en stoten meedeelt, afgewisseld met eindeloze stiltes, bevreemdende geluiden en huilende gezangen?

Een woordje moet nog gezegd over Fien Maris, Sirene van dienst. Haar acteerprestatie hield het midden tussen steengoed en barslecht, wat een onmogelijke combinatie lijkt maar in het geval van ‘Sirene’ klaarblijkelijk mogelijk is. Het personage dat ze neerzette, was dat van een getroebleerde, eenzame, vertwijfelde en in eigen gedachten verdwaalde hoer; geen evidente rol, en dat leek zich te uiten in het bij wijlen overtuigende maar andere keren geforceerde acteerwerk van Maris. Met bravure wist ze verleidelijk en ingetogen tegelijk met de plooien in haar strategisch uitgesneden kleed te spelen, maar al te vaak leken haar bewegingen een ingestudeerde choreografie, of werd Meulemans (toch wel sublieme) tekst al te houterig of onnatuurlijk voorgedragen. Dit alles maakte het personage nog onwerkelijker en onbevattelijker, wat wie weet Meulemans bedoeling was, maar toch vooral zorgde voor een soort onbestemde irritatie.

sirene_ck._van_der_elst2

“Redden of gered worden, daartussen is toch bijna geen verschil?” zegt onze Sirene naar het einde van het stuk toe. De redder en de hulpeloze redden elkaar, de een door een held voor de ander te zijn, de ander door die rol aan hem te schenken. Maris zegt het twijfelend, vragend bijna, en de daarop volgende stilte geeft ons ruimte om de woorden ook werkelijk betekenis te geven. ‘Sirene’ staat bol van dergelijke poëtische pareltjes, en haar langgerekte klaagzang geeft je alle tijd er behoedzaam kopje onder in te gaan.

Artikel door Evelyne Janssens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Een magere vangst

fishing_clara_hermans4web

De derde voorstelling van jong theatermaker Tom Struyf schiep hoge verwachtingen: niet alleen had Struyf voor deze voorstelling een indrukwekkende schare bekenden als Dirk De Wachter en Eva Brems rond zich weten te verzamelen, en was de Soetezaal in het STUK volledig uitverkocht, maar werden we in het programmaboekje ook ‘een dramatische ontknoping’ beloofd. Allemaal heel mooi op papier, maar in werkelijkheid kon dit stuk die hoge verwachtingen niet inlossen. Hoewel de voorstelling alles in zich had om een boeiende meditatie over geluk, ambitie en indoctrinatie te worden, bleef ze hangen in lauw entertainment en nietszeggende anekdotiek, en eindigde ‘Another Great Year for Fishing’ in een teleurstelling.

Aan de hand van – overigens behoorlijk boeiende – interviews met politici, journalisten, antropologen en psychiaters, die op een groot scherm op het podium geprojecteerd worden, leidt Struyf de kijker binnen in de problematiek van de hedendaagse westerse mens. We zijn gestresseerd, we zijn overwerkt, we weten niet meer wat onze plaats is in deze hectische wereld, en ondertussen wordt ons doen en laten steeds verder bepaald door de ongeschreven wetten van ‘de maatschappij’, die ons dwingt mee te draaien in de mallemolen van presteren, renderen en een mooi imago. Kortom: we zijn het noorden kwijtgeraakt.

Een goede invalshoek, die de kijker (ook mede dankzij de expliciet visuele aanwezigheid van de geïnterviewden) direct met de neus op de feiten drukt, en een goede inleiding was geweest op een meer diepgaande kijk op de problematiek. Die komt er echter niet. Integendeel, na de (laten we eerlijk zijn: naderhand bijna afgezaagde) diagnose van het getroebleerde leven van de hedendaagse westerse mens, strooit Struyf er nog een anekdotisch suikerlaagje over door ons deelachtig te maken aan zijn persoonlijke omzwervingen op zoek naar zingeving. Hoewel deze de afwisseling ten goede kwamen en eraan herinnerden dat we ten slotte een kaartje gekocht hadden voor een theatervoorstelling, kon het verhaal nergens echt boeien en bracht het qua boodschap geen meerwaarde ten opzichte van de interviews. Ja, Tom, we zijn allemaal een beetje dolgedraaid. Ja, we zijn op zoek naar onszelf. Ja, we moeten meer tevreden zijn met kleine dingen. Dat is erg mooi dat jij zo kan genieten van een boterham met choco, maar kan iemand mij hiervan ook nog de pertinentie van aantonen alsjeblieft?

Niet dat Struyf geen goede verhalenverteller is; boven alles straalt hij enthousiasme en sympathie uit, maar als kijker blijf je de hele voorstelling, hoewel voldoende geëntertaind, wat op je honger zitten. Nergens wordt de impasse echt tastbaar, nergens grijpt het naar de keel. ‘Another Great Year for Fishing’ vist wat braaf en doelloos naar verhalen, en mist daardoor ruggengraat en een werkelijk kritische blik. Op vormgeving valt nochtans niets aan te merken; de belichting was in orde, het podium was functioneel en sober ingericht, en de choreografieën met danseres Nelle Hens waren simpel en eerlijk, hoewel de boodschap van de mens als stresskonijn – met een fanatiek zichzelf in het zweet huppelende en springende Struyf en een wat onderbenutte bijrol voor Hens als sturende hand – vaak al te expliciet werd neergezet. Aan goede bedoelingen geen gebrek, maar het geheel straalde een ongeïnspireerd professionalisme uit.

Struyf gooide zijn hengel uit in een vijver vol potentieel boeiende verhalen en kritische reflecties over onze hedendaagse manier van leven, maar kon niet boven het banaal vanzelfsprekende uitstijgen en keerde met een verbazingwekkend povere vangst naar huis terug.

Door Evelyne Janssens

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.