Archief per auteur

Verwrongen Liefdesdans

Jan Decorte/Bloet: ‘Much Dance’ – Dans/Theater – 16.12.2014, 20u30, Stuk

In deze zinderende mix tussen theater en dans staat Jan Decorte samen met drie andere acteurs op het podium om het publiek te confronteren met de liefde in al haar contrasterende gedaantes: eerlijk, wrang, onschuldig, lelijk, intiem, afstotend, pijnlijk. Maar altijd, altijd héél dicht op de huid.

Aan de hand van zeven liefdesgedichten, die allen aanvangen met een haast pathetisch maar nimmer vervelend “Oh love” – geschreven door Decorte zelf en gebracht door de acteur Risto Kübar – loodst Decorte ons langs evenveel woordenloze scènes, die elk een aspect van de liefde belichamen. De gedichten gaven daarbij de toon aan; een ineengedoken en uitgemergelde Kübar stamelt verlegen woorden als ‘blood’, ‘death’, ‘blackness’ en ‘solitude’. De sfeer die daarmee werd opgeroepen was overwegend duister, zonder echter dreigend te zijn. Wat Decorte op scène bracht was een verwrongen liefde, een liefde waar de acteurs met hun lijf geen blijf mee wisten, een liefde die hen verteert, die hen perverteert, die hen van zichzelf doet vervreemden. Deze donkere toon werd echter fel gecontrasteerd met de nauwgezet gekozen belichting: elke scène veranderde van sfeer door de wisselende lichtstanden, maar steeds was dat licht fel, steeds werden de acteurs, hun lichamen en hun soms pijnlijke, lugubere of onschuldige liefdesdansen zonder franje tentoon gespreid, dat de stilte van de liefde zo vervaarlijk dichtbij kwam dat je ze bijna door het publiek hoorde gonzen.

8828_375_254_FSImage_1_JanDecorteMuchDance1_DannyWillemsDe scènes ademden een overweldigende eenvoud uit, waarbij de kijker ondanks de duidelijk suggestieve taal toch voldoende ruimte kreeg voor de eigen verbeelding en interpretatie. De lichamen van de acteurs bewogen zich heel formeel over het kale podium, dat overigens van drie bolle spiegels voorzien was die verschillende hoeken – maar vooral blinde hoeken – aan het publiek lieten zien. Deze spiegels gaven het merkwaardige, kale decor nog een extra dimensie mee; die van de gereflecteerde, van de naakte en eerlijke liefde, die zich nergens kon verstoppen, behalve op die paar zorgvuldig uitgekozen plekjes op het podium waar de spiegels geen vat op hadden. Op die manier kon je als de kijker de vaak bevreemdende scènes vanuit een nog bevreemdender standpunt gadeslaan, wat een merkwaardig spel tussen afstand en nabijheid creëerde.

Deze voorstelling is bedrieglijk in haar eenvoud, maar zo krachtig in haar puurheid. Bijna zonder woorden weet Decorte de contrasten van de liefde te vatten; al was het maar door een uitgemergelde Kübar naast een in het zweet badende, corpulente Benny Claessens te zetten, of de dood naast de geboorte. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: die versmelting, die éénwording, dat opgaan in de ander. Decortes voorstelling geldt als een ontwapenende verbeelding van deze oerinstincten, en lijkt tegelijk een onverbloemde waarschuwing in te houden: ‘pas op, de liefde kan met u doen wat ze wilt.’

Door Evelyne Janssens

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Man spricht heut nur noch von Clivia // 13 december 2014

Nu de temperaturen al eens onder nul durven zakken en de eerste sneeuw in de Hoge Venen een feit is probeert men op alle mogelijke manieren warm te blijven. Ondanks de aanlokkelijke bekers glühwein op de Leuvense kerstmarkt besloot ik de warmte te gaan opzoeken in de 30CC/Schouwburg tijdens de operette Clivia.

Door andere verplichtingen was ik genoodzaakt om de namiddagvoorstelling te bezoeken. Mijn eerdere ervaring met voorstellingen in de namiddag heeft me geleerd dat de acteurs dan meestal voor een handvol mensen spelen en ik was dus voorbereid op een quasi lege zaal. Mijn verbazing was echter groot toen ik een stampvolle Leuvense schouwburg binnenwandelde. Met twee cactussen aan elke kant van het podium werd de setting al duidelijk nog voor het doek openging en eens dat gebeurde waanden de aanwezigen zich onmiddellijk in de (fictieve) Zuid-Amerikaanse staat Boliguay, waar Dostals werk zich afspeelt. Een pluim voor de artistieke leiding van Axel Everaert. Ik had duidelijk de juiste keuze gemaakt om warm te blijven.

Zoals het een operette betaamt begon ze met een overweldigende ensemblezang. Hier werd al meteen duidelijk dat de Zuid-Amerikaanse setting niet tot enkel het decor beperkt zou blijven. In Dostals muziek zorgden castagnetten voor een typische zuiderse toets en de veel gebruikte tangoritmes maakten het enorm moeilijk om tijdens de operette de benen stil te houden. In deze eerste scene werd meteen de draak gestoken met de Hollywoodcultuur van de jaren ’30. Na het ensemble stelden componist Dostal en Librettist Amberg ons de verschillende personages voor. De bezitterige magnaat Potterton, de eenzame gaucho Juan en uiteraard steractrice Clivia Gray. Stuk voor stuk waren ze grappiger dan hun tegenhangers op het witte doek in Kinepolis enkele honderden meters verderop.

Dankzij hun degelijke acteerprestaties en geweldige gezangen wist het Brussels operette theater mij in de eerste akte enorm te overtuigen. De acteurs gaven met glans karakter aan hun personages zonder daarbij over the top te gaan acteren. Zeker Emils Kivlenieks wist mij in zijn rol als Lelio Down enorm te entertainen en ook Niels Badenhop werkte zich als Kasulke moeiteloos op tot publiekslieveling. Tijdens de pauze keek ik dan ook vol verwachting uit naar de volgende twee aktes.

Na de pauze was de sfeer van de operette drastisch omgeslagen. De filmcrew, die ondertussen Boliguay binnen geraakt was, begaf zich onder de BCBG van de Bolugayse bevolking. De muziek werd serieuzer en bereikte een hoogtepunt tijdens de aria van Clivia. An de Ridder vertolkte het beklijvende Ich bin Verliebt meesterlijk en zorgde mede dankzij deze aria voor een enorm emotionele derde akt. De amoureuze verhouding tussen de steractrice en de Boliguayse president kreeg zo dat extra tikkeltje geloofwaardigheid. Toch draaiden de laatste twee aktes niet enkel om de liefdesperikelen van de hoofpersonages. Op een meesterlijke wijze heeft Dostal de emotionele stukken afgewisseld met meer humoristische gezangen zoals Schon die alten Chinesen. De acteurs slaagden er keer op keer in om ondanks de emotionele geladenheid van de tweede en de derde akte, toch het humoristische aspect niet uit het oog te verliezen.

Uiteraard waren er ook enkele puntjes van kritiek. Zo overstemde het orkest sommige zangers en stond er een stevige portie haar op het Duits van sommige van de acteurs. Deze minpunten wegen echter niet op tegen alle vooraf aangehaalde positieve punten. Het Brussels operettetheater zorgde voor een zeer aangename uitvoering. Ze verdienen dan ook zonder twijfel deze “Fabelhaften Reportage”.

Door Jasper Croonen.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

TIP: Binnengluren bij WISPER

Ondertussen heb je al bijna een semester lang kunnen genieten van de Leuvense culturele scene. Misschien heb je daardoor zelf zin gekregen om de handen uit de mouwen te steken en te achterhalen waar jouw (verborgen) culturele talenten liggen? Dan is WISPER absoluut het antwoord op je vraag, het zout op je aardappelen, de Nicole voor je Hugo.

WISPER vzw organiseert creatieve workshops en cursussen voor 18-plussers in een brede waaier aan disciplines. ‘Breed’ is allesbehalve een understatement: illustreren, schilderen, columns en scenario’s schrijven, Afrikaanse dans, flamenco, percussie, zang, fotografie, improtheater,… You name it!

Nu al moeite om te kiezen? Om je een voorproefje te geven, zet WISPER op zaterdag 13 december z’n deuren in OPEK op een kier en mogen alle nieuwsgierigen komen binnengluren: een les hedendaagse dans of A capella bekijken, meedoen aan een workshop acteren of monologen schrijven, en veel meer. Je kan er de cursisten en de lesgevers aanschouwen in hun natuurlijke habitat en zo hun leswereld ontdekken. Later op de avond staan in elke zaal docenten klaar om de passie te preken voor hun “a(rt)mour pour toujours”: ze tonen hun inspiraties en je kan met hen van gedachten wisselen over jullie gemeenschappelijke culturele liefdes. Afsluiten doen ze in OPEK met enkele performances waarin de WISPERaars tonen wat ze waard zijn. Het volledige programma kan je hier lezen. Wat wil een mens nog meer op een zaterdagavond?

Het hele lesaanbod is terug te vinden op de site van WISPER. Cultuurkaarthouders krijgen een formidabele korting van 15% op het inschrijvingsgeld. Asjemenou!

affiche binnengluren 2014

Wie? WISPER // Wat? open lessen & performance // Waar? OPEK // Wanneer? 13 dec 2014

Door Marie Verleije.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Yevgueni @ Het Depot, 4/12

Na jaren wachten en optredens meepikken in culturele centra allerhande heeft ondergetekende gisterenavond eindelijk Yevgueni kunnen aanschouwen waar het écht hoort: Het Depot in Leuven, natuurlijke habitat van zanger Klaas Delrue. We konden op voorhand dan ook al van een regelrechte thuismatch spreken. Gelukkig heeft het vijftal zich niet in het gemak van die pole position gewenteld, maar leverden ze nog altijd precies wat het publiek van hen verwachtte.

Vanaf opener ‘Het is niet veel’ werd duidelijk dat de band aan geen enkele kwaliteit had ingeboet tijdens hun sabbatical. Iedereen stond scherp te musiceren, gitarist Patrick Steenaerts is nog altijd de kampioen van de beheerste maar doeltreffende solo en Delrue stond als vanouds allerlei anekdotes op te rakelen om de inhoud van zijn teksten te duiden. Aangezien dit concert aan het begin van de tournee stond, kwam er niets van dit alles geforceerd over, en daarbovenop had het vijftal het duidelijk naar hun zin om voor eigen publiek te spelen. Alleen het punt van het plotse optreden van Sinterklaas (u moest erbij zijn om te snappen waar het over gaat) ging een beetje aan ons voorbij. Gelukkig werd er met snoep gegooid, dus wij waren content.

Goed, het vorige betrof natuurlijk de randactiviteiten, maar hoe stond het met de nieuwe muziek? Dit optreden was deel van een reeks albumvoorstellingen, dus werd er rijkelijk uit het nieuwe ‘Van hierboven’ geplukt. De plaat mag dan nog nagelnieuw zijn, onze vroege favorieten ‘Mensen zijn maar mensen’ (die gitaarsolo!), ‘Zij zingt mijn lied’ (die outro!) en ‘Kom met me mee’ (dat refrein!) werden gespeeld alsof ze al jaren in de setlist zaten. Daar mogen ze trouwens nog even blijven zitten, zeker wanneer ze zoals gisteren afgewisseld werden met oude vertrouwden. Yevgueni wist de lont aan het innerlijke vuur van de toeschouwers te houden door meezingmomentjes uit te lokken met songs als ‘Nieuwe meisjes’, ‘Welkenraedt’ en ‘Aan de arbeid’. Evergreen ‘Als ze lacht’ kwam trouwens opmerkelijk vroeg in de set, maar sloot door de aangepaste opbouw wonderwel aan met het intieme momentje tijdens het nieuwe ‘Naar huis’. Aan het eind kregen we zelfs een hartelijk weerzin met ‘Sara’, die Delrue speciaal voor de Leuvenaars nog eens liet opdraven.

De tijd dat de mannen van Yevgueni àl hun nummers moesten spelen om de avond gevuld te krijgen ligt al een tijdje achter ons, en toch was het geen probleem geweest als ze het gisteren toch gedaan zouden hebben. Het concert stak namelijk zo professioneel in elkaar dat het veel te snel voorbij was. Té professioneel misschien, want achteraf besloop ons even het gevoel dat het allemaal wat ‘by the book’ was en iets gevaarlijker had gekund. We gaan over dit laatste echter niet al te moeilijk doen, want Yevgueni deed gisteren gewoon waar ze al tien jaar zo goed in zijn, en dat is bewijzen dat je met Nederlandstalige poprock verdorie nog eens een zaal in vervoering kan brengen.

Wie? Yevgueni // Waar? Het Depot // Wanneer? 4 dec 2014 // Waarom? Omdat zelfs Sinterklaas fan bleek te zijn.

Door Filip Tyskens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Jeff Tweedy @ Het Depot, 15/11

tweedy132Wanneer weet je of je het concert van het jaar gezien hebt? Pas wanneer het jaar gedaan is, zouden velen logischerwijze denken. Nou, daar is dus niks van aan, zo bewees Jeff Tweedy, frontman van het Amerikaanse Wilco gisteren nog maar eens in Het Depot. We weten dat we al naar de periode van de eindejaarslijstjes aan het gaan zijn, maar of we dit optreden nu in februari of in december hadden gezien, het zal met stip op nummer één staan. Tenzij The Beatles nog snel terug bij elkaar zouden komen natuurlijk, dat spreekt…

Voorlopig moesten we het echter stellen met de heer Tweedy, die onder andere danig beïnvloed is geweest door de Fab Four en zo, na een carrière van meer dan vijfentwintig jaar, zélf tot een muzikaal boegbeeld is uitgegroeid. Deze week viert hij trouwens het twintigjarig bestaan van Wilco, de band waarmee hij onbetwistbare klassiekers als ‘Summerteeth’ en ‘Yankee hotel foxtrot’ op de wereld losliet. Op deze tournee moest er echter geen nieuwe van Wilco worden verkocht, maar wel de eerste van Tweedy, het ‘soloproject’ dat de man startte met zijn zoon Spencer.

Het eerste deel van het optreden bestond dan ook uit materiaal uit die eersteling, getiteld ‘Sukierae’. Zoals te verwachten viel had Tweedy een schare professionele muzikanten (waaronder zijn zoon op drums) rond zich verzameld. Samen tilden ze de songs naar een nieuw niveau, want waar ‘Sukierae’ met momenten te weinig dwingend klinkt, werden nummers als ‘Hazel’, ‘Flowering’ en ‘Summer Noon’ live plots die knusse americana-klassiekers die ze potentieel zijn. Ook werd er al eens een vintage Wilco-geluidsuitbarsting gecreëerd, wat het geheel gevaarlijker liet klinken. Hoogtepunten in deze eerste set waren ‘Diamond light’ en ‘Low key’, dat door Tweedy als ‘the hit’ werd omschreven. De man was trouwens in een uiterst spraakzame bui, en zijn sneren naar het Nederlandse publiek van de vorige avond of het sarcastische geplaag van zijn zoon bevestigden wat we altijd al dachten: aan deze man is een hilarische stand-up comedian verloren gegaan.

Na een uurtje was er echter genoeg gelachen, toen Tweedy zijn band van het podium stuurde en alleen de gitaar ter hand nam voor een trip down memory lane. Hij wandelde door zijn rijkgevulde carrière met oude en nieuwe nummers van Wilco (van ‘Passenger side’ tot ‘Born alone’), materiaal van Uncle Tupelo (‘New madrid’) en zelfs het heerlijke ‘Radio king’ van Golden Smog. De man toonde zijn klasse door de ingewikkelde, gelaagde muziek van zijn band moeiteloos te vertalen naar akoestische versies die de aandacht nooit lieten verslappen. Zonder geforceerd te klinken kortte hij songs in, hanteerde hij zijn effectenpedalen of veranderde hij hele akkoordenprogressies, met als resultaat bijvoorbeeld hoogtepunten als ‘Spiders (kidsmoke)’ of ‘A shot in the arm’. Zo ging hij nòg eens een uur door, waarna de band terug mocht komen voor een fijne bisronde (die opzwellende versie van ‘California stars’ nemen ze ons nooit meer af).

Uiteindelijk duurde het concert bijna twee en een half uur, en het moge dan ook duidelijk zijn dat dit een optreden was voor diehard fans, wiens harten een slag oversloegen bij het horen van obscuurder materiaal. Voor sommigen duurde het misschien wat te lang, maar het valt niet te ontkennen dat deze man een uitermate interessant parcours heeft afgelegd, live zelden tot nooit teleurstelt en genoeg prachtsongs op zijn conto heeft staan om als één van de beste hedendaagse Amerikaanse singer-songwriters beschouwd te worden. Of, zoals Tweedy het zelf lacherig zei: “I’ve been a frontman of a band for a long time, I know what I’m doing” en “I’ve written a thousand songs, people”. Wel, voor ons had hij ze allemaal mogen spelen.

Wie? Jeff Tweedy en kompanen // Waar? Het Depot // Wanneer? 15 nov 2014 // Waarom? Hebt u de allereerste zin niet gelezen?

Door Filip Tyskens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Perfume Genius @ Het Depot 14/11

Perfume Genius is zo’n artiest waarvan men zich herinnert wanneer men hem voor de eerste maal hoorde. Zo weten wij bijvoorbeeld nog dat we verkocht raakten ten tijde van zijn tweede plaat ‘Put Your Back N 2 It’, nochtans in een periode waarin we het niet zozeer begrepen hadden op emotioneel overladen pianoballads. Mike Hadreas wist echter meerdere gevoelige snaren te raken waarvan we tot dan toe niet eens wisten dat we ze hadden. Gisterenavond, tijdens zijn optreden in Het Depot, gingen we proberen te achterhalen hoe hij dat precies voor mekaar had gekregen.

Vanaf de eerste nummers werd duidelijk dat het publiek een schizofrene performance te zien zou krijgen, want hoe verlegen het geparfumeerde genie blijkt te zijn wanneer er gepraat hoort te worden, zo zelfzeker is hij tijdens het spelen van zijn songs. Vooral tijdens het materiaal uit zijn laatste plaat ‘Too Bright’ zagen we Hadreas zowaar zijn innerlijke showman loslaten en bewoog hij alsof hij vond dat het Leuvense publiek dringend eens deftig verleid moest worden. Combineer dat dan met die hemelse stem die moeiteloos van fluisteren naar krijsen en weer terug glijdt, en je hebt een performer die moeiteloos kan boeien.

Perfume Genius weten dus perfect waar ze mee bezig zijn en slagen erin om, ondanks de relatieve uniformiteit van de door ogenschijnlijk simpele pianodeuntjes gedreven muziek, het publiek in te pakken. Waren het niet Hadreas’ innemende lachje of timide ‘thank you’s’ die het voor u deden, dan toch wel de subtiele bijdragen van de band die de in veelal zeer korte songs verpakte ontboezemingen van de frontman versterkten. Ook over de setlist was trouwens goed nagedacht. Hij mocht dan wel identiek zijn aan die van de andere Europese concerten, hij had voor iedereen wat wils, ongeacht welke van zijn drie platen u over de streep wist te trekken. Favorieten als ‘Mr Peterson’ uit het debuut ‘Learning’, ‘Hood’ uit de knappe tweede of excellente nieuwe single ‘Queen’ passeerden allemaal de revue en vormden bescheiden hoogtepunten.

Het enige waar we in het geval van deze Amerikanen voor vreesden was het loodzware, verstilde sérieux waarin de songs doorgaans gewenteld zijn, en dat dit tijdens een concert van tachtig minuten te zeer zou doorwegen. Deze vrees bleek slechts op enkele momenten gegrond, maar het verschoof de aandacht wel al eens naar de geluiden rondom ons. Dat doet er ons aan denken: als er één groep is waarbij u uw gsm op trillen zet, dan is het wel Perfume Genius, wilt u tenminste niet een halve zaal nét tijdens het laatste nummer in de lach doen schieten.

Dit geheel terzijde, want over de hele lijn wisten Hadreas en kompanen een krachtige sfeer te creeëren die nodig is om zulke muziek te laten gedijen. Ze wisten waarvoor het publiek gekomen was, en leverden een concert af dat ons eraan herinnerde waarom wij ooit meegezogen werden in de wereld van Perfume Genius.

Wie? De emotionele jongens van Perfume Genius // Waar? Het Depot // Wanneer? 14 nov 2014 // Waarom? Omdat er al eens gevoelig gedaan mag worden op een vrijdagavond.

PerfumeGenius-StPancrasOldChurch-10/05/12-1 Photo by Anni Timms

Door Filip Tyskens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

LUK en USO uit de startblokken // 5 & 6 november 2014

Op woensdag vijf november begonnen twee van de universitaire ensembles aan hun concertjaar op Belgische bodem. Niet alleen het Universitair Symfonisch Orkest, maar ook het Leuvens Universitair Koor hadden dan een concert ingepland. Gelukkig voor deze recensent deed het USO hun concert op zes november nog eens over en kon ik dus zonder overlappingen op woensdag afzakken naar de grote aula van het Maria-Theresia College voor het concert van het LUK.

In het kader van het project 1000 voices for peace had het LUK hun collega’s uit Amsterdam uitgenodigd. Een zeldzame samenwerking waarvan je zou verwachten dat ze wel wat volk trekt. Jammer genoeg was de grote aula bedroevend leeg. Desondanks opende het LUK met hun nieuwe dirigent Koen Vits vol enthousiasme het concert. Om de België-Nederlandrivaliteit te bewaren was het deel voor de pauze voorbehouden voor de Leuvenaars terwijl na de pauze voornamelijk het Studentenkoor Amsterdam aan bod kwam. Het LUK, dat duidelijk in de meerderheid was, vergastte ons op een gevarieerd programma. Hoogtepunten waren Beati Quorum Via van Sir Charles Villiers Stanford, waarbij een muzikaal spel tussen de mannelijke en de vrouwelijke helft van het koor gespeeld werd, en het Ave Maria van Anton Bruckner. Early one Morning bleek een aangename afwisseling na het zwaardere programma en kwam op het perfecte moment, net voor de twee stevige werken van Mendelssohn. Petje af voor debutant Vits die bij zijn zangers, zeker op dynamisch vlak, het onderste uit de kan wist te halen.

Na de pauze was het de beurt aan het Studentenkoor Amsterdam. Hoewel de Nederlanders in de minderheid waren moesten ze zeker niet onderdoen voor het LUK. Met verve walsten ze door hun repertoire dat rangeerde van meesterlijke klassiekers zoals Richte Mich, Gott van Felix Mendelssohn tot moderne toppers zoals Go, Lovely Rose van Eric Whitacre. Afsluiten deed het SKA met twee Negrospirituals. Zeer amusant, dat zeker, maar na het stevigere repertoire dat het koor daarvoor gebracht had, wist het publiek duidelijk niet goed of ze nu ook zelf mee mochten swingen. Gelukkig staken de leden van het LUK een handje bij om de aanwezigen mee te krijgen. Het was een mooie voorbode voor de laatste twee werken van de avond. Daarbij verbroederden het LUK en het SKA pas volledig en brachten ze Notre Père van Duruflé en An Irish Blessing met de twee koren samen. Afzonderlijk waren ze al geweldig, maar de verbroedering bracht het beste in beide koren naar voren.

De volgende dag was het de beurt aan het Universitair Symfonisch Orkest. Ook zij hadden een vriendje uitgenodigd, maar daarover verder meer. Met de ouverture uit La Forza del Destino opende het USO de avond. Een relatief veilige keuze om de avond mee te beginnen maar daarom niet minder wervelend uitgevoerd. Daarna volgde het Hoornconcerto van Richard Strauss. Met een redelijke dosis humor stelde de presentator (die trouwens heel het concert zeer professioneel aan elkaar gepraat heeft) de solist, Anthony Devriendt voor. De eerste hoornist van het Nationaal orkest van België startte zijn solodeel echter niet volledig oplettend en miste zich al in de allereerste drieklank. Gelukkig stond Devriendt stevig in zijn schoenen en herpakte hij zich daarna. Zowel het USO als de solist groeiden in het stuk en sloten het eerste deel geweldig af.

Na de pauze stond de tweede symfonie van Johannes Brahms nog op het programma. Brahms mag dan niet meteen mijn favoriete componist zijn (understatement van de eeuw), toch wist het USO mij danig te entertainen. Zeker vanaf het derde deel, waarin Brahms begint de spelen met de metriek had het orkest mijn aandacht gegrepen om ze niet meer los te laten tot na het bisnummer Pomp and Circumstance.

Beide universitaire ensembles zijn sterk aan hun concertjaar begonnen en hopelijk kunnen ze dit niveau de rest van het jaar aanhouden. Ook de andere universitaire ensembles kan je binnenkort in actie zien. De eerste kans krijg je op zestien november wanneer het UHO de finalewerken voor compositiewedstrijd VLAMO brengt.

Door Jasper Croonen.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Magnus @ Het Depot 23/10

magnusdepot
© Willem Govaerts

Ah, de donderdagavond, het moment waarop menig Leuvens student zich waagt aan het fameuze ‘stapke in de wereld’ en zich dus begeeft naar uiteenlopende gaten van verderf. Wel, laat ons met enige zin voor overdrijving stellen dat er afgelopen nacht tussen halftien en elf slechts één feestje was waar u moest zijn: Magnus speelde in Leuven en transformeerde Het Depot in een mix van Berlijnse clubs, jazztenten en het soort bordeel waar iedereen stiekem wel eens wil gaan kijken.

Als u de laatste twintig jaar onder een motherfucker van een steen heeft geleefd en Tom Barman niet kent van dEUS, dan toch wel van zijn fijne film ‘Any Way the Wind Blows’, de 0110-concerten of het recent opnieuw gestarte Magnus, zijn samenwerking met CJ Bolland. Tien jaar na hun fantastische debuut ‘The Body Gave You Everything’ keerde de groep terug met ‘Where Neon Goes to Die’, een opvolger die meer zijn tijd neemt om uw dansbenen te activeren. Live was daar echter geen sprake van, het nieuwe materiaal vond meteen aansluiting bij de oude krakers. ‘Singing Man’, ‘Puppy’ en ‘Regulate’ zijn over tien jaar even grote klassiekers als hun allereerste singles, mark our words.

Professionals die ze zijn, opende Magnus met enkele van die oude, bekende nummers om het publiek meteen mee te krijgen. Meesterlijke zet overigens, songs als ‘Rhythm is Deified’ en ‘Jumpneedle’ werkten als een rode lap op een stier en lieten Het Depot van de eerste minuut op en neer deinen. Wie had gekozen voor de comfortabele zitjes achteraan, had er trouwens bitter weinig van begrepen: op een Magnus-optreden wordt er gedanst, en nog geen klein beetje ook. Als de ongemeen funky beats van Bolland de klus niet klaarden, dan kwam je wel aan het bewegen door Barman’s aanstelijke moves of gitarist Tim Vanhamel’s spastisch gekronkel. Niemand trouwens die kan tippen aan deze laatste zijn indringende blik die je meteen laat weten hoe laat het is: tijd om te dansen.

De band die Barman en Bolland rond zich hebben verzameld leverde trouwens uitstekend werk, en het is knap om te zien hoe muzikanten van verschillende achtergronden zo vloeiend samenwerken en zich het funk/pop/electro-idioom eigen maakten. Deze mannen amuseren zich kostelijk, getuige het speelplezier dat zelfs van kleinere songs als ‘Pistolero Savvy’ afspatte. Ook de setlist was nagenoeg perfect, met een evenwicht tussen beide platen en genoeg speling voor jams (het einde van ‘French Movies’) en zuivere techno-escapades (de outro van ‘Assault on Magnus’). Alleen had de stroom er voor ons niet af gemoeten met ‘Death of Neon’ of ‘Everybody Loves Repetition’. Ach, detailkritiek.

Het heeft tien jaar geduurd, maar eindelijk hebben we de Magnus-songs door een live-band uitgevoerd gezien, en we hebben er nog een potje bij gedanst ook; meer kan een mens zich niet wensen. Of kom, die gewoonweg geile baslijn aan het eind van afsluiter ‘Summer’s Here’, gisteren voor de gelegenheid gespeeld door dEUS-bassist Alan Gevaert, had voor ons heel de nacht mogen doorgaan.

Wie? De sexy motherfuckers van Magnus//Waar? Het Depot//Wanneer? 23 okt 2014//Waarom? Omdat het te gek was.

Door Filip Tyskens.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

‘De Sprekende Ezels’: Over de patat, de apocalyps, zatte waarheden, en andere zin en onzin

Wie?  Jan en alleman // Wat? open podium ‘De Sprekende Ezels’ (ism 30CC)// Waar? At The Bebop // Wanneer? 20 okt 2014

‘De Sprekende Ezels’ is een laagpodium waar moedige zielen die met een artistiek ei zitten hun geluk kunnen beproeven voor een publiek van vlees en bloed. Het concept, zoals beschreven door bezieler Stijn Vranken, is niets meer of minder dan: ‘Alles wat je binnen 10 minuten voor elkaar krijgt op één van onze podia en geen lelijke vlekken achterlaat, is welkom’. De moddervechters blijven dus misschien maar beter thuis. Presentator van dienst was poëet Adriaan Kuipers die instond voor Stijn Vranken. Op licht sarcastische doch aangename wijze gidste hij het publiek door de avond, die in vogelvlucht ging als volgt:

De spits werd afgebeten door Polle met een aardige ode aan de patat geschreven voorzijne gebuur Hans. De zenuwen waren nergens voor nodig, hij deed zijn onderwerp alle eer aan.

Paul Landau dan, singer-songwriter van de vergane glorie, in hawaïhemd en leren broek, wat kan daar over gezegd worden behalve: als je zelf de nood begint te voelen om het publiek tot stilte aan te manen is het misschien tijd om je gitaar op te bergen.

Maarten Luyten kroop op het podium met zijn tekst ‘Zelfbehoud’, een ietwat zwartgallige mijmering over de apocalyps. Hij begon goed met een aantal mooie motieven en metaforen, slaat dan wat een het meanderen en verliest zo deels de kracht van zijn climax: het ontkiemen van een nieuwe wereld.

Mungu Cornelis (verdiende zijn strepen al in ‘En toen kwam ons ma binnen’, en ‘Super8’) bracht comedy op zeer relaxte wijze. Zijn aanstekelijke imitatie van een woordenwisseling tussen twee beschonken bestuurders werkte danig op de lachspieren, en de diep filosofische zatte waarheid die hem op café werd verkondigd – ‘Pingpongen doe je met twee’ – is er eentje die blijft hangen.

Als afsluiter kreeg het publiek Geert Simonis voorgeschoteld, een ancien Ezel die ondertussen goed weet hoe het publiek te bekoren met allerhande straffe stoten in woordgoochelaarij en zinnige onzin. En dat allemaal kosteloos: ‘Ik verkoop geen onzin, ik geef ze weg’, zegt hij zelf.

De optredens werden voorzien van beeld – in de vorm van live drawings – door huistekenaar Wide Verknocke, zo geestig en spitsvondig dat de projector zelf het er warm van kreeg en spontaan even de geest gaf. Een talent om in de gaten te houden.

Zit je zelf met een creatieve kriebel (of ambetante jeuk)? ‘De Sprekende Ezels’ zijn er weer op 10 november, inschrijven kan nog op http://www.desprekendeezels.be/.

Door Marie Verleye.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.

Zwarte engelen en hemelse uitvoerders // 16 oktober 2014

Op donderdag zestien oktober stond met het alom geprezen quartet-lab het meest gehypet concert van het Festival van Vlaanderen op het programma. Reeds wekenlang sierden de profielfoto’s van Pekka Kuusisto, Patricia Kopatchinskaja, Lilli Maijala en Pieter Wispelwey het Leuvense straatbeeld. De PR-strategie van het festival had duidelijk zijn vruchten afgeworpen want het concert kende een ongeziene opkomst, die zelfs het ensemble Oxalys in 2012 voor Das lied vond der Erde niet gerealiseerd kreeg. Ik had dan ook torenhoge verwachtingen toen ik donderdagavond in het centraal auditorium van Gasthuisberg plaatsnam.

Het concert werd opgevat als een muzikale reis door de tijd, waarbij geopend werd met het Strijkkwartet nr. 4, opus 18 van Ludwig Van Beethoven. De keuze voor het vierde strijkkwartet is enigszins vreemd te noemen. Het werk past enerzijds niet echt in de filosofie van het festival, dat focust op werken uit de twintigste eeuw, maar is daarnaast ook één van Beethovens minder bekende werken. Hoewel dit werk voor de “overwegend conservatieve luisteraars” (zoals mijn collega van Klassiek Centraal het verwoordde) ongetwijfeld een aangename opener van de avond zal geweest zijn, was het voor ondergetekende eerder een noodzakelijke aanloop naar het échte werk. Zeker aangezien eerste violiste Kopatchinskaja, die nochtans de hemel ingeprezen wordt door de internationale muziekpers, niet altijd even zuiver haar partij afwerkte.

Gelukkig werd de ietwat valse start snel vergeten. De Three Madrigals van Tsjechisch componist Bohuslav Martinů werden gespeeld door het Finse duo Kuusisto/Maijala en vormden een eerste orgelpunt van de avond. Op de uitvoering van beide musici viel weinig tot niets aan te merken. Het Poco allegro werd met een ongelofelijke virtuositeit en aan een verschroeiend tempo afgewerkt wat de luisteraars met open mond deed nadenken over wat er ons in het Allegro nog te wachten stond. Toch was het vooral de aanstekelijkheid van violist Pekka Kuusisto en de chemie tussen beide uitvoerders die ervoor zorgde dat de toeschouwers een memorabele uitvoering van het werk van Martinů te horen kregen. Onder daverend applaus verlieten beide Finnen het podium om zich voor te bereiden op het slotwerk van de avond.

Voor het echter zo ver was, kregen we na de pauze eerst nog de andere helft van het kwartet te horen. Pieter Wispelwey, die eerder al voor het openingsconcert naar Leuven afgezakt was, bracht samen met Patricia Kopatchinskaja de Sonate voor viool en cello van Maurice Ravel. Een mooi voorproefje voor het slotconcert met deFilharmonie waar de Bolero en La Valse van dezelfde componist gebracht zullen worden. De Sonate voor viool en cello was de twee strijkers op het lijf geschreven, aangezien ze beiden voornamelijk als solisten bekend zijn. In het Allegro krijgen de twee uitvoerders namelijk twee zeer uiteenlopende partijen en lijken ze vaak eerder naast elkaar, dan wel met elkaar te spelen. In de daaropvolgende delen: Très Vif, Lent en Vif, avec entrain groeien de twee steeds dichter naar elkaar toe, waardoor Wispelwey en Kopatchinskaja als volwaardig duo het stuk afwerkten. De meer ingetogen speelstijl van de Moldavische kwam het werk ook ten goede. Door haar passionele bewegingen binnen de perken te houden, kregen we een veel zuiverder uitvoering te horen. De missers bij Beethoven waren bij deze vergeten en vergeven.

Het hoogtepunt van de avond kwam er met Black Angels van de Amerikaan George Crumb. De avant-gardecomponist staat bekend om zijn onorthodoxe benadering van het concept “strijkkwartet” en ook in dit werk werd quartet-lab uit de klassieke opstelling met twee violen, een altviool en een cello gehaald. De twee gongs en tafels met gevulde wijnglazen, die al heel het concert als voorbode op het podium stonden, werden tijdens Black Angels ingezet naast de vier strijkers. Niet alleen de uitbreiding van het instrumentarium van het kwartet, maar ook de verschillende speeltechnieken die het viertal hanteerde, hulden het centraal auditorium in een mysterieuze en zelfs lugubere sfeer. Het contrast met de impressionistische Ravel kon haast niet groter zijn. De uitvoering zelf was tevens van een ongeziene kwaliteit. Vooral Pekka Kuusisto leefde zich volledig in wanneer hij onheilspellend mocht beginnen tellen. Het kippenvel stond meermaals op mijn armen wanneer de uitvoerders met hun gevulde wijnglazen etherische klanken de aula instuurden en het kwartet toonde dat het niet alleen met hun eigen instrument maar ook met de vele uitstapjes geen enkel probleem had. De vier uitvoerders waren met dit werk hun status als solist verloren en toonden dat ze met z’n vieren een geweldig kwartet hebben opgericht. Ik hoop dat we hen in de toekomst nog dikwijls in de Belgische concertzalen mogen verwachten.

Door Jasper Croonen.

Dit artikel verscheen eerder op CLUB KULtuur.